k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
  a d r e s g e g e v e n s

 

 

Wolken als weervoorspellers

Met de klompen in de klei starend naar de wolkenlucht, een natte wijsvinger omhoog om te peilen uit welke hoek de wind waait. Zo deed de boer het ooit, vaak tussen hoop en vrees. Voor ons staat er veel minder op het spel, maar als we een dag buiten zijn om te wandelen of zeilen, kijken we toch onwillekeurig naar boven met een zekere verwachting. Waar komt de wind vandaan? Waar hangt de bewolking? Houden we 't droog vandaag? Vooral in het voorjaar kan het weer snel omslaan. Wolken verraden bij uitstek wat ons boven het hoofd hangt. En het is ook gewoon een genot om te letten op hun vormen en veranderingen. Hier volgen enkele in het voorjaar voorkomende wolkentypen. Paraplu bij de hand en op naar het strand! (Even een korte toelichting op de wolkennamen: Stratus = gelaagd wolkendek, Cumulus = stapelwolk, Cirrus = veervormige wolk. Alto = op middelbare hoogte (2-6 km)

Stratus (hoogte: 30 tot 300 meter) is een vrijwel gesloten wolkendek, een grijze vormeloze wolkendeken. Als de wolkenbasis op de grond ligt noemen we dat gewoon mist.
Gaat het om een mooi glad grijs dek dan is er sprake van mooi-weer stratus en lost de bewolking in de loop van de dag op. Bij voorbijdrijvende flarden hebben we een slecht-weer stratus en dan kan het langdurig gaan regenen.

Stratocumulus (hoogte: 300 meter tot 2 kilometer) is een vrij gesloten wolkendek met donkere en lichte plekken en hier en daar een opening. Stratocumulus is de meest voorkomende bewolking, ook in het voorjaar. Meestal geeft het rustig weer aan, met een beetje (mot)regen, weinig wind en geen snelle weersverandering op korte termijn.

Cumulus (hoogte basis: 200 meter tot 2 kilometer) is alom bekend als mooiweer-wolk. Heet ook wel stapel- of bloemkoolwolk en is mooi, scherp omlijnd. Op mooie, zonnige dagen ontstaan deze wolken doordat de (onzichtbare) waterdamp in de opstijgende lucht op een bepaalde hoogte in druppelvorm overgaat. Die hoogte heet het condensatieniveau en is te zien als de vlakke onderkant van de wolken. In de loop van de ochtend vormen cumuluswolken zich vaak, om tegen de avond weer op te lossen. Blijven ze klein dan betekent dat mooi, stabiel weer. Groeien ze door tot grote hoogte dan zijn buien in aantocht.

Cumulonimbus (top in het voorjaar soms tot 10 kilometer)
Cumuluswolken kunnen steeds verder uitgroeien naar grote hoogten en naar boven toe steeds breder worden. De bovenkant krijgt dan de markante vezelige kap in aambeeldvorm: die kap bestaat meestal uit sneeuw of ijs. Het is een typische voorjaarswolk
Uit deze dreigende reuzen kan van alles vallen: hagel, regen, of natte sneeuw. Ze zijn zo groot (10 km hoog, 20 km breed) dat ze soms al van 75 kilometer afstand te zien zijn. Vaak valt het onheil al binnen een uur te verwachten omdat de wind waarmee de wolk voordrijft 60 tot 80 km/uur kan halen. Als de verticale afmetingen van de wolk erg groot zijn is onweer mogelijk. Dit komt door de grote ladingsverschillen binnen een wolk. Door het grote verschil in temperatuur (meer dan 40 graden) komen druppels, hagel, ijssplinters en sneeuwkristallen voor, die allemaal een verschillende lading hebben .

Altocumulus (hoogte: 2,5 tot 5 kilometer)
Schapenwolkjes, vaak vrij afgeplat en in grote of kleine schollen. Daartussen zijn kleine openingen te zien en de zon schijnt er soms doorheen. Bewegen de velden met altocumulus-schollen snel en worden ze dikker en minder lichtdoorlatend dan is er een depressie in de buurt die binnen 6-18 uur regen kan brengen.

Altostratus (hoogte: 3 tot 5 kilometer) is een grijze wolkensluier op een van en bestaat uit zowel ijsdeeltjes als waterdruppels. Altostratus is vaak een voorbode van regen en wind. Hoe sneller de zon in de grijze wolkenmassa verdwijnt hoe sneller de weersverandering toeslaat.

Cirrus (hoogte: 6 tot 14 kilometer) Als cirrus bestaat uit losse plukken die lang op één plaats hangen, blijft het weer vaak goed - er is dan namelijk een hogedrukgebied in de buurt. Komen ze snel opzetten, dan zijn ze juist de voorbode van een weersomslag binnen een of twee etmalen. Een depressie is in dat geval hun aanjager en stuurt ze op grote hoogte als voorboden vooruit. Ze bestaan uit ijskristallen (de temperatuur is zo'n -40 graden op 10 km hoogte) en hebben soms typische toefjes, in de volksmond windveren genoemd. Het zonlicht veroorzaakt soms een markante lichtkring (halo) in de wolkensluiers.


   
     
 


© v l o e d l i j n - 01 - 03 - 2000