k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
  a d r e s g e g e v e n s

 

 


Waarom zijn walvissen zo groot?

Kinderen stellen vaak vragen die zó voor de hand liggen dat we eerst even verbaasd staan dat we het onszelf nooit afvroegen. Waarom zijn de bananen krom? Waarom zijn walvissen zo groot? Over dat eerste een andere keer. Nu even over walvissen, de dieren van de superlatieven. Een artikel voor liefhebbers van getallen.

Dat walvissen, speciaal baleinwalvissen, groot zijn, hoeft amper toelichting. De grootste blauwe vinvis mat 33,6 meter en woog 190 duizend kilogram. De grootste olifant - en daarmee grootste landzoogdier - was 4 meter hoog en woog 10 ton. Niet alleen walvissen, maar alle zeezoogdieren zijn relatief groot en vooral: zwaar. Zee-olifanten wegen bijvoorbeeld maar liefst 3,5 ton, walrussen halen makkelijk 1000 kilo en sommige zeeleeuwen zo'n 500 kilogram. De zeehond is Nederlands zwaarste wilde zoogdier met een gewicht tot 250 kilogram: een edelhert komt niet verder dan 150 kilo.
Omdat zeewater 1000 maal zwaarder dan lucht is, kun je in zee gemakkelijk zwaarder worden: je wordt immers gedragen door je omgeving. Grote dinosauriërs waren bijzonder licht gebouwd en leefden bovendien in een tijd dat de lucht veel zwaarder was dan nu. Vandaag zouden ze niet op hun poten kunnen blijven staan. Maar ook destijds waren ze vrij licht. Een diplodocus van 26 meter woog waarschijnlijk maar 20 ton, terwijl een gewone vinvis van dezelfde lengte de weegschaal naar 80 ton doet uitslaan. Leven in het water verklaart deels het gewicht, maar niet afdoende de omvang. De grootste vissen zijn bijvoorbeeld bij lange na niet zo groot als de grootste walvissen. De reuzenhaai en walvishaai halen zo'n 12 meter, ongeveer net zo veel als de kleinste baleinwalvissen.
Een cruciaal verschil tussen vissen en zeezoogdieren is dat de laatsten warmbloedig zijn en dus een constante lichaamstemperatuur van 37 graden moeten handhaven. Daarbij komt dat water 25 maal sneller de warmte geleidt dan lucht. Met andere woorden: in het water koel je sneller af. Warmbloedige zeedieren moeten daarom meer hun best doen om hun lichaam warm te houden. (Vissen zijn koudbloedig en nemen meestal de temperatuur van het hen omringende water aan.) En daarin schuilt al een verklaring voor het verschil. Hoe groter een dier, hoe geringer de oppervlakte van de huid in verhouding tot het gewicht. Met andere woorden: een groot dier heeft minder huidoppervlakte en verliest dus minder warmte aan de omgeving. (Simpele wiskunde: bereken van een kleine kubus maar eens de oppervlakte en inhoud en vergelijk de verhouding maar eens met die van een grote kubus) Niet voor niets moet een spitsmuis dagelijks 100-200% van zijn eigen gewicht eten om op temperatuur te blijven. Een blauwe vinvis eet gemiddeld maar 1 of 2% van zijn lichaamsgewicht. En daar komt nog iets bij. Walrussen hebben een dikke speklaag om in koude wateren warm te blijven. Daardoor zijn worden ze toch wel erg lomp en plomp. Met dezelfde speklaag van 12 centimeter kan een 25 meter lange vinvis slank, soepel en snel (tot 55 kilometer per uur!) de wateren rond de Zuidpool doorklieven. Want vooral daar, in die koude kustwateren leeft veel krill. En in hun voedsel, schuilt de andere oorzaak voor hun formaat.

Baleinwalvissen: grotere bekken zijn beter
Baleinwalvissen verschillen van tandwalvissen als dolfijnen onder meer door hun grote bek. Die is vaak wel een kwart van hun lichaamslengte. In die bek hangen aan weerszijden van een dikke tong baleinen. Dat zijn driehoekige lange, soepele platen die als haren aanvoelen. Ze werken als filters die uit zeewater allerlei klein grut filteren. Rond de Zuidpool is het belangrijkste grut waarvan baleinwalvissen leven krill. Dat is een garnaalachtige diertje van maximaal 6 centimeter lang. Krill leeft in drijvende scholen die meerdere hectares groot kunnen zijn. De dichtheid van krill is gemiddeld zo'n twee kilogram per 1000 liter water. Een blauwe vinvis kan in een slok maar liefst 30.000 liter water naar binnen happen en daarmee 60 kilo krill. Na zo'n zeventig slokken heeft hij z'n dagelijkse portie binnen. (Overigens eet een blauwe vinvis maar een derde deel van het jaar: zomers, wanneer hij in de Antarctische wateren foerageert. Wanneer hij 's winters naar tropische wateren trekt eet hij waarschijnlijk zo goed als niets. Dit verklaart ook waarom dezelfde blauwe vinvis ná het eetseizoen wel twee keer zo zwaar kan zijn als aan er voor.) Hoe kleiner de walvis, hoe vaker hij een hap water moet nemen. Zijn bek is immers veel kleiner en hij heeft in verhouding tot z'n formaat meer voedsel nodig. Een dwergvinvis moet bijvoorbeeld in plaats van 70 maar liefst 200 happen water nemen eer hij voldoende krill bij elkaar heeft gefilterd. Dat kost hem dus veel meer energie en verklaart waarom kleinere walvissen in mindere mate van krill leven. Dwergvinvissen eten bijvoorbeeld ook veel haring, makreel en sardientjes. Tien meter mag dan voor een vis enorm zijn, voor een baleinwalvis is het echt aan de krappe kant. De dwergvinvis is met die lengte dan ook de kleinste van de familie. Nog kleinere walvisachtigen, zoals dolfijnen, zijn allemaal tandwalvissen. En tandwalvissen eten helemaal geen krill, maar veel grotere prooien als vis. Bij walvisachtigen gaat dus de merkwaardige regel op: hoe kleiner de eter, hoe groter het eten!

Baleinwalvissen lengte (max) gewicht (max)
1. Blauwe vinvis 34 meter 190 ton
2. Gewone vinvis 26 meter 80 ton
3. Groenlandse walvis 20 meter 80 ton
4. Noordkaper 18 meter 70 ton
5. Zuidkaper 17 meter 65 ton
6. Bultrug 17 meter 45 ton
7. Noordse vinvis 18 meter 30 ton
8. Bryde's vinvis 16 meter 25 ton
9. Grijze walvis 15 meter 25 ton
10. Dwergvinvis 10 meter 12,5 ton

Bijschrift bij twee foto's:
De dwergvinvis Anna-Runna, te herkennen aan een inkeping in haar rugvin. Ze is gewend aan contact met mensen en komt dichtbij onze boot in de Skjálfandi. Aan de westkant van deze Ijslandse baai prijken 1000 meter hoge, besneeuwde bergtoppen. Daar vandaan stort zoet water zich via talloze berkbeken en watervallen de baai in. Die constante toevoer veroorzaakt wervelingen in het zeewater waardoor organisch materiaal naar boven gewoeld wordt. Materiaal dat voedsel is voor plankton waar weer talloze kleine garnaalachtigen en vissen van leven. Door dit overvloedige voedsel verblijven hier het hele jaar door dwergvinvissen. Gek genoeg ruik je ze vaak eerder dan dat je ze ziet. Dan hangt er ineens een sterke vislucht rond de boot - hun adem! Dwergvinvissen eten namelijk veel meer vis dan andere baleinwalvissen, omdat ze eigenlijk een beetje te klein zijn voor het normale walvisdieet. Hoe dat zit, leest u in bijgaand artikel.

   
     
 


© v l o e d l i j n - 01 - 03 - 2000