|
|
Schrijftips
"Hé,
daar huur ik jou toch voor in, ík hoef toch niet beter te
leren schrijven?", denk je misschien. Mis. Iedereen heeft baat
bij heldere schriftelijke communicatie: er is al wartaal genoeg
in de wereld.
Bovendien helpt goed schrijven om je gedachten goed te ordenen en
te verhelderen.
Je maakt als schrijver binnen
seconden talloze onbewuste keuzes: daarom dat woord daar en die
zin toch maar weer geschrapt. Je maakt gebruik van gereedschappen
als structuur, stijl, spelling, grammatica, ritme en alliteratie.
Vraag je daarbij vooral af: wat brengen mijn woorden en zinnen over?
Begin heel basaal. Begrijpt de lezer wat jij schrijft? Zou het hem
interesseren? Sluit het aan op zijn belevingswereld? Kan hij het
anders opvatten dan jij bedoelt? Onderstaande
richtlijnen moeten niet verworden tot een keurslijf, dus wijk er
gerust van af als je dat nodig vindt. De tips dienen vooral als
leuning op het moment dat je dreigt uit te glijden. Ontbreken er
nog tips of ben je het met sommige niet eens?
Mail me!
Ga direct door naar:
Stijl
Structuur
Inhoud
Wanneer
je
je schrijfvaardigheid nóg verder wilt verbeteren kun je hier
lezen welke boeken handig zijn.
Stijl
- Een
zin heeft een links-rechts principe; vooraan begin je met het
bij de lezer bekend veronderstelde, bij dat wat aansluit bij zijn
belevingswereld (thema) In het tweede zinsdeel komt het
informatieve: wat is er mee aan de hand? (rhema) bijvoorbeeld:
onze poes heeft een muis gevangen.
- Schrijf
zoveel mogelijk actief (werkwoorden in de bedrijvende vorm).
- Schrijf
zoveel mogelijk in de tegenwoordige tijd.
- Wissel
de zinslengte af, gebruik zo nu en dan heel korte zinnen (5-10
woorden) met korte zinnen bouw je spanning op die je in lange
zinnen weer ontlaadt.
- Gebruik
zinnen van meestal niet meer dan 25-30 woorden.
- Wissel
niet te abrupt van stijl: geen verheven naast alledaagse woorden.
- Vermijd
herhalingen van woorden, zoek equivalenten, goede synoniemen.
- Gebruik
uitweidingen voor één syntactisch deel van de zin: overlaad de
zin niet.
- Vermijd
cliché's: 'het overleg was constructief' of 'de sterke
arm der wet'.
- Vermijd
tangconstructies: dwz. dat twee delen van de zin ver uit elkaar
staan met daar tussen een uitweiding over het eerste deel van
de zin.
- Schrijf
foutloos: spelling volgens Groene boekje of Van Dale.
Structuur
- Neem
voor elke nieuwe gedachte een nieuwe zin, liefst nieuwe alinea.
- Gebruik
korte alinea's, waarin één punt, argument of aspect wordt uitgewerkt.
- Hanteer
een duidelijke structuur en geef de structuur ook helder aan.
- Zorg
voor een duidelijke inleiding, middenstuk en slot.
- Zorg
voor een duidelijke lead: een paar zinnen die de lezer moeten
prikkelen om het artikel te gaan lezen en die kort aangeven waar
het artikel over gaat: beloof echter nooit meer dan je waar kunt
maken!
- Zorg
voor kernzinnen (topics) die samen de rode draad van het artikel
vormen: als je de kernzinnen alleen gebruikt moet je een goede
samenvatting van het artikel krijgen.
- Schrijf
zoveel mogelijk chronologisch of hanteer een andere inzichtelijke
opbouw van het artikel.
- Zorg
voor een heldere structuur van de zin, zodat deze zo eenduidig
mogelijk te interpreteren is: schrijf dus ondubbelzinnig, verlang
nooit van de lezer dat hij de zin nog een keer leest.
- Zorg
voor voldoende ordenende aanduidingen: dus, daarom, als gevolg
daarvan etc.
- Gebruik
tussenkopjes
Inhoud
- Gebruik
de vragen wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe, waarmee, waardoor,
waartoe, om je verhaal rondom op te bouwen.
- Werk
bij voorkeur vanuit het bij de lezer bekende naar het onbekende.
- Specificeer:
gebruik voorbeelden, feiten, cijfers, desnoods anekdotes om een
bewering of stelling te staven en vraag daar in interviews expliciet
naar.
- Geef
details.
- Gebruik
beeldende taal, woorden die duidelijk en concreet een situatie
aangeven en niet algemeen en abstract zijn. "De voorzitter
beende boos weg" ipv "Het had er de schijn van dat de voorzitter
deze mening niet kon delen".
- Gebruik
alleen voor het verhaal strikt relevante informatie.
- Wees
zuinig en effectief in het gebruik van bijvoegelijke naamwoorden.
- Vermijd
vage algemeenheden, dor hout, ambtelijke taal als Rijkswaterstaat
heeft de intentie in deze fase een beleidsontwikkeling in te zetten
die moet leiden tot flexibilisering van het kader... Zorg
dat er iets concreets staat, bijvoorbeeld: Rijkswaterstaat
gaat de sluizen voorlopig niet openzetten.
- Voer
personen op waar dat mogelijk is: mensen lezen graag over mensen.
- Citeer
wat gezegd is.
- Gebruik
afgeronde getallen.
- Wees
zuinig met vaktaal.

|
|
|