|
|
Snorrende vensterbankpoes blijkt formidabel
roofdier
In Groot-Brittannië en de Verenigde
Staten doen natuurbeschermers een klemmend beroep op kattenbezitters
om hun dier binnen te houden en zo de levens van miljoenen vogels
te sparen. Bij ons zijn het
hooguit verwilderde katten die veel slachtoffers zouden maken bij
hun strooptochten door de natuur. Maar is die 'verwilderde' kat
wel zo wild? En wat spookt die lieve poes van u allemaal uit nadat
hij de hele dag heeft liggen ronken bij de verwarming?
Kattenaversie slaat toe bij Angelsaksische
natuurbeschermers
Twee maanden geleden veroorzaakte een onderzoek naar de impact van
huiskatten op wilde dieren flinke beroering in de Britse pers. Wetenschappers
hadden berekend dat elk jaar 275 miljoen dieren, meest muizen, het
leven laten door katten. Dit formidabele getal is het gevolg van
het doorberekenen naar de kattenpopulatie van heel Groot-Brittannië
(9 miljoen) van een onderzoek aan 1000 huiskatten. Deze huiskatten
werden gevolgd van 1 april tot 31 augustus. Slechts 6,6% van deze
onderzoekskatten kwam nooit met een prooi thuis: het jachtinstinct
blijkt dus sterk. In totaal werden 14.000 prooien geregistreerd.
Daaronder waren zo'n 6000 muizen en woelmuizen, 2000 spitsmuizen
en 6000 andere dieren, waaronder hagedissen en kikkers. Er werd
ook duizenden vogels in een geweldige variatie aan soorten mee naar
huis gesleept: gaaien, spechten, meeuwen, boomkruipers, goudhaantjes,
gierzwaluwen enzovoort. Eén kat had zich zelfs gespecialiseerd
in zwaluwen: hij verborg zich bij een vijver en greep elke zwaluw
die landde om te drinken. Onze huisgezel bleek ook een pittige rover:
fel van zich afbijtende roofdieren als wezel, hermelijn en bunzing
werden gedood en roofvogelnesten geplunderd.
Waarom gaan huiskatten eigenlijk jagen als ze thuis hun natje en
droogje hebben? Vooral uit speelsheid, zo blijkt uit het Britse
onderzoek. Weldoorvoede katten gingen net zo graag op jacht als
minder vette dieren. Muizen en vogels vangen is gewoon een leuk
spel. De kat speelt vaak ook nog een hele tijd met z'n levende prooi
- steeds weer vangen en loslaten - voordat hij 'm doodt. Met name
katten tot een jaar of twee zijn zeer speels. Als ze ouder worden,
neemt de jachtlust sterk af. Ook als de voeding van de baas niet
goed is uitgebalanceerd, kunnen katten gaan jagen. Zo vullen ze
een eiwittekort in hun blikvoer aan.
In de Angelsaksische wereld zijn natuurbeschermingsorganisaties
met felle anti-katten campagnes begonnen naar aanleiding van dit
en andere onderzoeken. Ze doen een beroep op kattenbezitters om
hun dieren 's nachts binnen te houden en van een belletje te voorzien.
In Australië liet het parlement plannen opstellen om 17 miljoen
verwilderde katten te vernietigen. In Canada roept het 'Cats in
kennels program' zelfs op om katten in een kennel te houden. De
American Bird Conservancy startte met de 'Cats Indoors! Campaign'.
Zij houdt namelijk de 61 miljoen huiskatten en 40 miljoen verwilderde
katten in de VS verantwoordelijk voor de dood van honderden miljoenen
vogels en 1 miljard kleine zoogdieren.
In Nederland heeft het Britse onderzoek wel stukjes in alle kranten
gehaald, maar verder lijkt niemand er van wakker te liggen. Dierenbescherming
en Vogelbescherming hebben zelfs geen standpunt over de kat en geven
ook geen adviezen in navolging van hun Angelsaksische zusterorganisaties.
Is er eigenlijk wel sprake van een probleem? Wanneer we het Britse
onderzoek naar de Nederlandse situatie omrekenen, dan moeten ook
hier vele tientallen miljoen dieren sneuvelen in de klauwen van
het beest dat 's avonds voor de televisie op uw schoot ligt te ronken.
Maar is dat schadelijk voor de aantallen van die dieren? Met andere
woorden, zorgen ze voor het afnemen van die soorten? De huiskat
heeft door toedoen van de mens weliswaar 'onnatuurlijk' hoge dichtheden
in de stad, maar dat geldt ook voor bijvoorbeeld de merel. En merels
lijken niet af te nemen, integendeel, ze floreren in onze steden,
ondanks de ongekend hoge kattendichtheid. Aan het eind van de zomer
is er een groot overschot aan merels. Een paartje merels legt wel
drie keer eieren en zet daarmee bij elkaar 18 jongen op de wereld.
Daarvan zullen er zeker 16 de winter niet overleven - zo komen we
in het volgende voorjaar weer op een stand van twee merels uit waarmee
we waren begonnen. Als van die 16 merels er 4,5 of zelf 6 gegrepen
worden door een kat is er weinig aan de hand. Anders zouden deze
jongen door ondervoeding of ziekte de winter namelijk ook niet doorgekomen
zijn. Maar hoe zit dat dan buiten de stad? In gebieden waar veel
zeldzamere soorten veel minder jongen krijgen en daardoor misschien
minder goed tegen een stootje kunnen? Kunnen katten voor die soorten
geen probleem zijn? Buiten de bebouwde kom jagen vooral verwilderde
katten is de algemene opvatting in Nederland. Ook jagers hebben
het altijd over een 'verwilderde' als ze weer een kat neerleggen.
Roemrucht om hun verwilderde katten zijn vooral de Waddeneilanden,
waar er nogal wat rond schijnen te struinen..
Waddeneilanden in de picture
Jan Bloem is van Wildbeheerseenheid Ameland, waarbij zo'n 80 jagers
zijn aangesloten: "Hier op Ameland is wel gesproken over een
plaag. Dat is misschien wat overdreven, maar een paar honderd lopen
er hier toch wel rond. En ja, als we er een tegenkomen in het veld
gaat ie geheid neer. We gebruiken ook vangkooien, waarin makreel
als aas dient. Dagelijks inspecteren we die vallen. Als er een kat
in zit, wordt hij met een kogel afgemaakt. We schieten er, denk
ik, zo'n 60 per jaar. Nee, dat getal van 300 dat circuleert lijkt
me overdreven. Het gaat echt niet om huiskatten. Dat kun je zien
omdat ze nogal groot zijn. We zien ze ook te ver van de bebouwing
en vinden wel 'ns nestjes met jongen, dus het gaat duidelijk om
een 'wilde' populatie." Districtshoofd Harry Horn van Staatsbosbeheer
op Terschelling: "Omdat op de Waddeneilanden van nature geen
grondpredatoren zijn, broeden allerlei vogels hier gewoon op de
grond. Ze zijn niet aangepast aan de komst van de kat. De jongen
van al die grondbroeders lopen gevaar: kluten, meeuwen, lepelaars,
wulpen, bergeenden, noem maar op. Met een aantal soorten die gaat
het niet goed op dit moment, zoals de blauwe kiekendief, de eidereend
en de velduil. Niet dat dat nou komt door de kat, maar elk nest
dat verloren gaat kan een ramp zijn voor een soort die toch al onder
druk staat". Ben Koks van het vogelinstituut Sovon doet onderzoek
aan de blauwe kiekendief: "Ja, dat is een soort die het moeilijk
heeft op de Waddeneilanden. Dat komt met name door de vergrassing
van de duinen. Er zijn daardoor te weinig open plekjes meer waar
hij makkelijk muizen kan grijpen. We vonden ook dat bij een aantal
nesten alle jongen door een kat waren gedood. Dat zal vaker gebeuren
als je ziet hoeveel katten op de Boschplaat rondstruinen. Ik kom
ze regelmatig tegen en heb schattingen van wel 400 dieren gehoord."
Het gedrag van de 'verwilderde' kat
In opdracht van Staatsbosbeheer doet natuuronderzoeksinstituut Alterra
sinds kort onderzoek naar de verwilderde katten op Vlieland. Onderzoeker
Hugh Jansman: "Staatsbosbeheer en de wildbeheerseenheden denken
over het algemeen dat het gaat om wilde dieren. Maar de meeste van
de eerste tien gevangen katten die we hebben onderzocht hadden de
kattenbrokjes nog in de maag. Vermoedelijk zijn ze van vakantiegangers
die ze meenemen naar hun zomerhuisje." Freek Niewold, ook van
Alterra, deed eind jaren '70 uitgebreid onderzoek naar verwilderde
katten. "Maar al snel bleek dat we dat verwilderde rustig tussen
aanhalingstekens konden zetten. We vingen bijvoorbeeld katten om
ze een zender om te doen. Dat deden we zo'n acht kilometer van de
bewoonde wereld, in de veronderstelling dat het dan zeker om verwilderde
dieren moest gaan. Stond de volgende dag de politie bij ons op de
stoep, omdat een mevrouw klaagde dat haar kat een 'bommetje' om
zijn nek had. Dat was onze zender dus!" Ook in de tijd van
Freeks onderzoek kregen de Waddeneilanden al speciale aandacht.
Niewold: "Wij dachten dat alleen dáár kansen
lagen voor vrij levende populaties katten. Met name door de vele
konijnen. Katten zijn zeer effectief in het vangen van konijnen.
Ze wachten gewoon geduldig bij de uitgang van een konijnenhol tot
er een uit komt en grijpen die. Daarmee gaan ze door tot het hele
nest is opgeruimd. Vossen zijn niet zo efficiënt, die is daarvoor
veel te ongeduldig - krijgt het na een paar minuten al op z'n heupen
en gaat verder op sjouw. De katten zijn dus uitgekiende jagers,
maar daarom nog niet verwilderd", gaat Freek verder: "In
Nederland leven waarschijnlijk geen populaties van echte verwilderde
katten. Wij kregen de indruk dat alleen enkele grote, sterke katers
het redden in het veld. Daarmee bouw je geen populatie op. Poezen
gaan snel dood. Ze krijgen wel eens een nestje jongen, maar verzorgen
die niet goed en ook anders gaan de kittens er snel aan. De katten
leven so wie so kort - de kans om neergeschoten te worden of in
een val te lopen is namelijk bijzonder groot. Volgens mij weten
jachtopzichters trouwens wél dat de zogenaamde verwilderde
katten in hun veld huiskatten zijn. Ik heb ze ook wel eens een geschoten
kat op de weg zien leggen om hem daarna te overrijden, om zo zijn
doodsoorzaak wat te verhullen." Freek Nieuwold vervolgt: "Bij
muizenplagen zie je de katten bij wijze van spreken uit de weilanden
'instromen' om zich te goed te doen aan de overvloed van krioelende
kleine knaagdiertjes. Misschien gaat dat ook wel een beetje zo in
de periode dat er veel weidevogels uit het ei kruipen. De beheerder
van weidevogelreservaat Twisk vertelde dat er in het voorjaar veel
huiskatten, vermoedelijk uit Zaandam, door het veld struinen op
zoek naar jong grut." Collega Hugh Jansman vult aan: "Het
gaat niet denderend met de omstandigheden voor weidevogels en daardoor
neemt de kans op predatie toe. In Nederlandse worden zeer veel bestrijdingsmiddelen
per hectare. Daardoor zit er weinig dierenleven meer in de bodem
van een weiland. Een kievit gaat daardoor over een veel grotere
oppervlakte in de grond peuren naar pieren dan vroeger. Bovendien
is er minder dekking in het landschap. Daardoor loopt een weidevogel
nu een groter risico om door een vos of kat gegrepen te worden.
De meeste onderzoekers zijn 't er wel over eens dat de hoofdoorzaak
van de achteruitgang van weidevogels de intensivering van de landbouw
is. Wel kan een kat lokaal voor een klap zorgen, doordat hij net
de laatste paar nesten van een graspieper, veldleeuwerik of grutto
leegrooft."
Is onze kat nou zo'n ramp voor de natuur?
De Angelsaksische natuurbeschermers redeneren dat de kat een onnatuurlijke
predator is. Zijn aantallen zijn immers veel hoger dan van nature
het geval zou zijn. In de natuur levende roofdieren worden gereguleerd
door de hoeveelheid voedsel die beschikbaar is. Een slecht muizenjaar,
betekent vanzelf minder muizeneters.
Die vlieger gaat voor de huiskat niet op. Daardoor zouden er veel
meer katten kunnen zijn dan zijn prooidieren kunnen verdragen. En
2,4 miljoen katten is natuurlijk ook wel erg veel vergeleken met
de aantallen van de wilde roofdieren die ook vooral muizen, mollen-
en jonge konijnen verschalken, zoals de 30.000 vossen, 20.000 reigers
of 10.000 buizerds die Nederland telt. Daar staat tegenover dat
huiskatten niet hóeven te jagen voor hun dagelijks vlees.
Ze doen het uit luxe en vangen daarom veel minder dan als hun buik
er volledig van zou moeten rondkomen. Uit het Britse onderzoek bleek
dat een huiskat zo'n 37 dieren per jaar vangt, meest muizen. Een
in het wild levende kat heeft een voedselbehoefte van 300 gram en
zou daarvoor zo'n 10 muizen per dag moeten vangen. Een volledig
wild levende kat doodt dus 100x zoveel dieren als een huiskat. Andersom
geredeneerd: die 2,4 miljoen huiskatten hebben ongeveer dezelfde
impact op de Nederlandse natuur als 24.000 verwilderde katten zouden
hebben. En dat aantal past wél weer aardig in bovenstaand
rijtje van vos, reiger en buizerd. Die lieve luierkat van u is dus
wél een van onze meer algemene roofdieren. Is dat erg, vanuit
een ecologisch perspectief? Nee, waarschijnlijk niet. Maar in weidevogelgebieden
niet ver van bebouwing én op de Waddeneilanden zou de huiskat
wél eens de aantallen op de grond broedende vogels kunnen
verminderen. Om die voorlopige indruk hard te maken is grondig onderzoek
nodig. Alterra zou dat onderzoek graag doen.
Freek Niewold tot slot: "Je kunt je trouwens afvragen of de
impact van huiskatten op ecosystemen wereldwijd niet veel groter
is via hun blikvoer. Er worden daarvoor jaarlijks miljoenen tonnen
sardientjes, tonijn en horsmakreel uit de oceanen geschept met gigantische
sleepnetten waarin ook duizenden dolfijnen en zeeschildpadden sneuvelen.
Misschien is het voor de natuur juist wel beter dat de kat meer
muis eet."
|
|
|