k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
  a d r e s g e g e v e n s

 

 


Oostvaardersplassen

De wereld van witte nieuwbouw, spoorwegen en hoogspanningsmasten, rukt op. De Oostvaardersplassen worden inmiddels omsloten door de de tentakels van de Randstad. De stedelingen in Almere en Lelystad wonen naast een natuuroase die zijn weerga niet kent.

Almeerders die het vrijliggende fietspad 's avonds nog even gebruiken een rondje doen kunnen getuige zijn van spectaculaire wildernistaferelen. Ze kunnen een zwartgespierde stier een een kleibult van een meter of vijf zien beklimmen. Hij tekent met zijn machtige gebogen hoorns af tegen de rode avondlucht. Grote ademwolken uit zijn vochtig glanzende neus drijven langzaam weg op de avondbries. Achter de stier grazen honderden paarden en runderen op de grasvlakte. Daartussen lopen edelherten met grote geweien. Vooral deze grote grazers hebben een grote aantrekkingskracht op de moderne stadsmens: in het oog lopend en herinnerend aan een vervlogen tijd dat Almere nog een meer was in plaats van een klontering van nieuwbouwwijken. Bij elkaar leven er zo'n 1700 grotere hoefdieren - edelherten, konik-paarden, Heck-runderen en reeën in Nederlands enige uitgestrekte kleimoeras.
Waarom zijn die grote hoefdieren naar de Oostvaardersplassen gebracht?
Miljoenen jaren lang zijn planten en grote grazers samen opgetrokken. Ze hebben zich aan elkaar aangepast en op elkaar ingesteld. Planten ontwikkelden vele verdediginsgtrucs tegen grazers, van brandharen tot stekels en doornen. Maar ze leerden ook profiteren van hun aanwezigheid door kleverige zaden te maken die meereisden aan hun poten. Het natuurlijke landschap in onze contreien kreeg vorm door de wisselwerking tussen plantengroei en grazers. Zijn er geen grazers dan dreigt er een tamelijk saaie eentonige vegetatie te ontstaan waarin een paar snelgroeiende soorten al het zonlicht - en dus de energie om te groeien - opeisen. Door de activiteiten van grazers is er een veel grotere rijkdom aan planten, maar ook aan diersoorten mogelijk.
De grazers profiteren ook van elkaars aanwezigheid. Runderen kunnen dankzij hun vier magen en talloze bacteriën het langere, wat taaiere gras goed te lijf. Zij bijten het gras niet af maar slaan hun tong er omheen en rukken het langere gras dan af. Het korte gras dat achterblijft is juist geschikt voor paarden. Die houden namelijk van mals, kort gras dat ze met hun boven- en ondertanden nog korter kunnen afbijten.

Stelletje vandalen
De relaties tussen de grazers en andere planten en dieren zijn ontelbaar. Een kleine greep. Stieren die elkaar met hun kracht willen imponeren kunnen als een stelletje vandalen tekeer gaan tegen de bomen en struiken. Ze wrikken met hun hoorns nog wel 'ns een flinke vlierstruik uit de grond of duwen 'm omver of kapot. Edelherten eten vlier, maar vegen ook hun bastgewei aan de struiken af waardoor de vlier soms afsterft. Zo wordt de vlier, die het landcshap erg domineert teruggedrongen en blijft het gebied open grasland. En daar kunnen in de winter honderdenduizenden granzen neerstrijken om te komen ruien. Zij eten naast gras ook riet en lisdodde en zorgen er zo voor dat de plassen niet dichtgroeien. Dat open water is zeker weer essentieel voor duizenden watervogels. Zo is elk dier een bouwsteen in het ecosysteem Oostvaardersplassen, een voor Nederland ongekend groot natuurgebouw. De paarden poepen bijvoorbeeld graag op vaste plekken, zogeheten 'latrines'. Op deze bemeste plekken schieten brandnetels en distels hoog op. Veel insecten overwinteren in de holle stengels van die distels. Andere insecten, zoals mestkevers, leven van de poep zelf. de grauwe klauwier, een zeldzame specialist in grote insecten kan daarom hier zijn kostje wél bij elkaar scharrelen. In het voedselrijke grasland dat is opengegraasd miegelt het in de nazomer van de veldmuizen. De lucht hangt daarom soms vol met tientallen roofvogels tegelijk, zoals soms te zien is vanuit vogelkijkhut 'de Zeearend'. Je ziet dan vaak ook honderden spreeuwen zwermen rond de grazers, aangelokt door de vele insecten die leven in of op hun huid. Aaseters als raaf, vos en zeearend profiteren weer van de kadavers van de edelherten. (die van rund en paard moeten bij wet nog opgeruimd worden) De botten worden door bacteriën afgebroken tot calcium en fosfor. Die worden vanuit de bodem weer opgenomen door planten. En in het plantendieet vormen ze weer essentiële mineralen voor de botopbouw van grote hoefdieren. Zo is de natuurlijke cyclus weer rond.
Geen enkel gebied in Nederland heeft een vergelijkbaar scala aan grote planteneters. Naast de hier besproken soorten soorten komen ook ree en bever voor in de Oostvaardersplassen en mogelijk in de toekomst ook wisent, eland en wild zwijn. En dan hebben we het nog niet eens over de kleine grazers! Want wat te denken van de vraat van duizenden ganzen, meerkoeten en eenden langs de oevers of van rupsen op moerasandijvie…? Er zouden boeken vol te schrijven zijn over de duizenden relaties tussen planteneters en plantengroei in de Oostvaardersplassen!

Edelhert
In de Oostvaardersplassen sinds: 1992
Aantal: ongeveer 500
Gewicht man: 250 kilo, vrouw 150
Sociaal gedrag: Roedels van hindes en jonge herten worden aangevoerd door enkele oudere hindes.
Tijdens de bronsttijd, eind september, begin oktober, probeert een zogeheten plaatshert zoveel mogelijk hindes onder zijn hoede te houden. Maar soms is hij ze zo weer kwijt aan een andere mannetjesputter. Buiten de bronsttijd vormen de mannelijke herten kleine vrijgezellen groepen. In de Oostvaardersplassen is in het najaar de bronst met het imponerende geburl heel goed te volgen, beter nog dan op de Veluwe. De dichtheid aan herten is veel hoger dankzij het overvloedige voedsel en er zijn goede kijkhutten bij open gebieden.

Konik
In de Oostvaardersplassen sinds: 1983
Aantal: ongeveer 500
Gewicht: 450 kilo
De Konik is een in Polen gefokt paardenras, waarbij de fokkers zoveel mogelijk probeerden de tarpan, het paard dat ooit de grazige vlaktes rond rivieren in ons land bevolkte, maar inmiddels net als het oerrund al lang uitgestorven is.
Sociaal gedrag: Er zijn harems met een leidende hengst en vaak zijn er nog enkele hengsten, vaak zoons van de leidende hengst, aanwezig. Die Leidhengst waakt voor gevaar en houdt ander hengsten op afstand. Enkele oudere merries bepalen waar wordt gegeten en geslapen en hebben dus de 'feitelijke', dagelijkse leiding in handen. (eigenlijk hoeven)

Heck-rund
In de Oostvaardersplassen sinds: 1983
Aantal: ongeveer 600
Gewicht: stier 800 kilo, koe 500
Het Heck-rund is een rund dat gefokt is door de gebroeders Heck die daarmee het uitgestorven oer-rund wilden terugfokken. Dat is aardig gelukt, behalve de maat: het oerrund was nóg een stuk forser. Toch zijn ook de Heck-runderen machtige, gespierde dieren die met hun lange gebogen horens veel respect verdienen.
Sociaal gedrag:
'Koegroepen' zijn kuddes met koeien en kalveren die rondtrekken door het hele droge deel van de Oostvaardersplassen. Jonge stieren trekken vanaf twee jaar oud rond ik stiergroepen. Oudere stieren leven op zichzelf en blijven het hele jaar door op dezelfde plek.


   
     
 


© v l o e d l i j n - 01 - 03 - 2000