k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
  a d r e s g e g e v e n s

 

 

Een levend lichaam

Het WNF bekijkt als wereldwijd actieve organisatie de rol van natuurbescherming en -ontwikkeling in de Nederlandse ruimtelijke ordening vooral vanuit een mondiaal perspectief. Nederland is een dichtbevolkte en verstedelijkte samenleving in het Noordwesten van Europa, in de vruchtbare delta aan de monding van de Rijn. Een land waar door waterbeheersing en intensieve landbouw de natuurlijke processen vrijwel geheel aan banden gelegd zijn. Een land waar internationaal gezien een ongekend draagvlak voor natuurbescherming aanwezig is, met meer dan 2 miljoen leden en donateurs van natuurbeschermingsorganisaties. Een land met een grote behoefte aan ruimte en rust voor recreatie, juist omdat die zo schaars zijn. Een land waar de landbouw steeds minder ruimte nodig heeft dankzij technologische innovaties.

Onze vruchtbare delta kent ook nu nog enkele natuurrijke wetlands. Die wetlands, zoals Waddenzee, Oosterschelde en rivierengebied zijn bijvoorbeeld essentiële schakels in de trekwegen van vele soorten water- en wadvogels. Voor die wetlands hebben we dus een internationale verantwoordelijkheid. De EHS dient daarom gedragen te worden door deze natte, vruchtbare natuurgebieden van (potentiële) internationale betekenis. Daar liggen grote kansen voor een snel herstel van rijke en afwisselende natuurgebieden, zoals in de Millingerwaard is te ervaren. Daar kan ruimte gemaakt worden voor het avontuur van grootschalige, scheppende en her-scheppende (re-creatieve) natuur in plaats van het keurslijf van 130 natuurdoeltypen.

We bekijken de EHS vanuit een mondiaal, maar ook vanuit een lokaal perspectief, vanuit het belang van individuele Nederlanders. In de verstedelijkte samenleving van de 21e eeuw moet er vooral ook plaats zijn voor natuur om de hoek, voor natuur op loopafstand. In ieder plan voor een nieuwe woonwijk zou ruimte moeten komen voor nieuwe natuur, bij voorkeur aangetakt op de EHS zodat 'groene vingers' tot in het hart van grote steden doordringen. Natuur waar we op vele manieren van kunnen genieten, ook buiten de geijkte paden. Pas dan kan er sprake zijn van lokaal draagvlak, waardoor mensen creatief willen bijdragen aan nieuwe mogelijkheden voor natuur. Onze droom-EHS dooradert dus de hele samenleving, het hart gevormd door robuuste, zelfregulerende ecosystemen, de haarvaten door lokale initiatieven.
Onze droom-EHS neemt niet alleen fysieke ruimte in, maar krijgt ook ruimte in de hoofden en harten van mensen, zodat het gaat 'leven' als begrip. Zodat natuur echt is 'verinnerlijkt' en mensen in hun werk of vrije tijd de kansen die zich voordoen om ruimte voor natuur te maken, aangrijpen. Om, in de woorden van natuurontwikkelaar Willem Overmars, de prinses die in onze vruchtbare delta rust, wakker te kussen waar dat maar mogelijk is.

Mogelijkheden om de EHS uit haar sectorale eenzaamheid te verlossen zijn er te over. In samenwerking met de recreatiesector, maar ook met de stedebouw en de winners van drinkwater en delfstoffen als grind, zand en klei, valt vorm te geven aan nieuwe natuur. Nieuwe natuur kan bovendien bijdragen aan een grotere veiligheid, zowel langs de rivieren als achter de zeereep. Met de voorspelde stijging van de zeespiegel en de immer dalende bodem van het westen van ons land in het achterhoofd, kunnen nieuwe natte natuurgebieden ook een einde maken aan de vicieuze cirkel van ontwatering-bodeminklinking- dijkverhoging-ontwatering-etc., die onze samenleving in de toekomst voor een steeds nijpender probleem zal stellen. Bovendien kunnen uitgestrekte natte natuurgebieden -tevens grote zoetwaterbuffers- in het westen van het land voorkomen dat steeds meer zout kwelwater gronden voor de landbouw onbruikbaar maakt. Er zijn dus veel meer belanghebbenden bij nieuwe natuur dan de natuurbescherming. Dat gegeven kan veel meer worden uitgebuit. Uitdagingen biedt de EHS genoeg, meer dan in zo'n kort bestek aangegeven kan worden. De 50.000 hectare die binnen de EHS zijn ingeruimd voor nieuwe natuur zijn ons inziens overigens nog maar een eerste stap. De EHS moet versterkt worden, gedragen door lokale initiatieven en door allerlei partijen in de samenleving wiens belangen goed te verenigen zijn met nieuwe natuur. Zodat zij een levend begrip en een levend lichaam wordt.

Favoriete plek in Nederland: Millingerwaard.
Een lome voorjaarsavond. De meidoorns en vlieren zijn overladen met witte bloezems, de voormalige akkers in het late licht hier en daar al gekleurd in gele en rode tinten bloeiende planten. De rivierbries doet de zwarte populieren zacht ruisen. Twee paarden draven op het witte zand van de Waaloever, op de achtergrond gaat een rijnaak stroomafwaarts. In het ooibos groeit een koor aan van luid zingende zwartkoppen, melancholieke merels en kwebbelende tuinfuiters. Watermunt vult de lucht met een prikkelende mintgeur. Boven de wilgenkruinen verheft zich de kerktoren van Kekerdom, omrand door een streepje gouden zonlicht-reflectie. Een fietser begroet een wandelend stel, die in het tegenlicht snel samensmelten tot één silhouet.

Siegfried Woldhek, directeur Wereld Natuur Fonds

top

   
     
 


© v l o e d l i j n - 2000