k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
  a d r e s g e g e v e n s

 

 



Het andere gezicht van Noord-Friesland

Bij Noord-Friesland denk je waarschijnlijk aan weids en winderig, aan een landschap waar je blik zich vastklampt aan de verre einder. Maar er is ook een ander, een meer intiem Noord-Friesland - zoals dat van de landgoederen ten noorden van Leeuwarden. Juist de afwisseling van de open weidelandschappen en de geborgenheid van eikenlanen en bossen, maakt een fietstocht hier zo aantrekkelijk. Toch is het open Noord-Friese land wat minder weids dan bijvoorbeeld Flevoland of Noord-Groningen: het is vaker doorbroken door fraaie boerderijen met wat bomen om het erf. Verder zie je aan de Friese horizon regelmatig zadeldaktorens van soms wel 1000 jaar oude Romaanse kerkjes, die op de terpen boven de boomkronen uit prijken. Is er trouwens een trotsere provincie denkbaar dan Friesland? Waar vind je zoveel karakteristieks en zoveel levende tradities?
Je krijgt hier onmiddellijk associaties met skûtsjesilen, kaatsen, fierljeppen, Beerenburg en elfstedentocht. Onverzettelijke - sommigen fluisteren zelfs koppige - Friezen hielden eeuwenlang stand op hun terpen temidden van zee en wind. Friesland, waar zoveel stadjes de sporen dragen van een rijk handelsverleden. Waar sapgroene weiden tot de einder zijn bestrooid met zwartbonte Friese stamboekkoeien, die wereldwijd status verwierven als hét melkvee. En wat te denken van die stoere zwarte Friese paarden? Wereldberoemd in heel Nederland zijn natuurlijk ook Ids en Rintje en de ijsbaan van Heerenveen. Niet voor niets is de vlag van Friesland de enige provincievlag die elke Nederlander kent!

Vanuit Leeuwarden is het over het vrijliggend gravelpad langs de Dokkumer Ee heel fraai fietsen. Bij Wyns, ooit een welvarend dorpje, nu niet veel meer dan een café, neem je het gele pontje naar de overkant, naar dat café, genaamd De Winze. De Dokkumer Ee is la je vanuit Leeuwarden komt fietsen, niet eerder over te steken, of je moet een goed fierljeppert zijn (maar hoe moet dat dan met je fiets?). Vanuit De Winze is het uitzicht fraai op de Dokkumer Ee. Het is wel even schrikken als een vrachtschip zo dicht langs komt, dat hij z'n anker in je koffie zou kunnen laten zakken - je verbaast je dat zo'n schip in die smalle vaart past! Je ziet aan de overkant de schooljeugd tegen de wind intrappen - gelukkig ga je zelf de andere kant op. En wat is het ook mooi zitten in Birdaard, waar het terras van Café 't Hoekje een vlonder is waar de Dokkumer Ee onderdoor stroomt! Het water klotst beneden je, de ophaalbrug naast je gaat regelmatig open en dicht. De vele langsvarende jachten en de mussen die je letterlijk het kaas van het brood eten zorgen voor leven in de brouwerij.

Stinsenplanten

Maar we fietsen hier voor de kasteelachtige landhuizen en bijbehorende landgoederen. Op zijn Fries heet zo'n versterkte adellijk huis een Stins of State. Het huis is meestal omringd door een landgoed, dat ook de naam Stins of State heeft. Op veel Stinsen is het oorspronkelijke kasteel verdwenen en staat nu een bescheidener of soms zelfs helemaal geen huis meer. Stinsen zijn vooral befaamd om hun rijke voorjaarsflora. Terwijl de bomen nog in blad moeten komen, bloeit de bosgrond in vele kleuren. Die uitbundige bloei komt vooral van bol- en knolgewassen zoals krokus, narcis, sneeuwklokje, winterakoniet en wilde hyacint. Voor botanici is het nog geen uitgemaakte zaak in hoeverre de zogenaamde 'stinsenflora' tot de Nederlandse plantengroei gerekend mag worden. 'Stinsenflora' is trouwens inmiddels een begrip dat niet alleen voor Friesland geldt, maar ook voor dezelfde flora elders in Nederland. Dat 'elders' is vooral op de landgoederen langs de Utrechtse Vecht en die langs de duinen, zoals bij Haarlem. Waarom die stinsenplanten ooit precies ingevoerd werden, is moeilijk te zeggen: waarschijnlijk vond men de planten gewoon mooi, maar soms werden ze ook als keukenkruid of geneeskruid gebruikt. Veel stinsenplanten hebben leuke bijnamen: bekend is het Haarlems klokkenspel en holwortel wordt wel aangeduid als 'vogeltje op de kruk'.

Vier States - allemaal hun eigen charme

Hoewel klein, is de Dekemastate - vlak boven Leeuwarden - befaamd om zijn stinsenflora. Er loopt een smal zandpaadje langs de lange muur om de Dekemastate. Zelfs als je op de trappers van je fiets gaat staan, kun je nog net niet over de bakstenen muur kijken. Dat roept een nostalgische beeld op van 'Jantje zag eens pruimen hangen'. Wedden dat achter de muur zich een appel- of andere fruitboomgaard schuil houd, waar de takken doorhangen van de heerlijkheden? De tuin mag dan klein zijn, het huis, de gracht en de lindelaan zijn robuust. Ook het terpdorp Jelsum, waar de Dekemastate tegenaan geplakt ligt, is heel sfeervol.

De Martenastate in Cornjum heeft een kleiner huis (met karakteristiek uivormige torentje) maar een veel grotere tuin. Je kunt deze befietsen, hoewel een korte wandeling de voorkeur verdient. Het is heel verrassend om hier, zo noordelijk in Friesland, midden op de winderige, zware zeeklei, een intiem landgoedbos te zien met oude eiken, beuken, lindes en esdoorns. Tussen die bomen kiert het vlakke Friese landschap, waarin de grote kop-hals rompboerderijen verzonken liggen in de groene weidsheid. De zeelucht zorgt ervoor dat de oude bomen vaak nog rijk begroeid zijn met korstmossen, die elders in ons land door luchtverontreiniging zeldzaam zijn geworden. En wat een rust in bijvoorbeeld de herfst: een haan kraait, je snuift de geur op van de herfst, wilde eenden drijven roerloos op het water, glinsterend spinrag wiegt tussen de bomen. Inderdaad een uitgelezen plek voor een natuurkamperterrein. De Martenastate heeft een legendarische bijklank. Het zou namelijk de bron zou zijn van de stinsenflora in ons land: de planten zouden met de kruistochten al in de 13e eeuw meegekomen zijn uit Palestina. Zegt men. Maar er wordt ook wel beweerd dat de planten in de 16e eeuw meegekomen zijn met edelen uit Zuid-Duitsland, die trouwden met dochters van het Martena-geslacht.

De Klinze, gelegen bij Oudkerk, heeft een imposant huis, dat nu in gebruik is als hotel. De lange, statige oprijlaan, geflankeerd door een dubbele rij eiken en nostalgische gietijzeren lantaarns, is zo mogelijk nog indrukwekkender. Er wordt zelfs gewerkt aan verlenging van de laan! Even verder ligt de Staniastate, het bekendst van alle states langs de route, en ook gezegend met de grootste tuin.

Roodbaard en de landschapsstijl

De tuin van de Staniastate is, net als de Klinze, in het begin van de vorige eeuw ontworpen door Roodbaard, een Drent, maar begraven in Leeuwarden. Roodbaard heeft in het noorden van ons land tientallen parken en tuinen ontworpen. Als je eenmaal één ervan goed gezien hebt, herken je ook wel elk ander 'romantisch' Roodbaard-ontwerp. Neem de Staniastate. Golvende, langgerekte waterpartijen worden overspannen door boogbruggetjes, waarvan de leuningen van kronkelige takken zijn. De vele paden slingeren al net zo als het water. Glooiinkjes, hellinkjes en uitzichtpunten variëren het landschap verticaal. De grasmat lijkt golfbaanglad geschoren. Via zogenaamde 'zichtlijnen' zie je het centraal gelegen huis vanuit verschillende hoeken in de tuin. De zitbankjes zijn zo neergezet dat je daar vandaan precies een onvoorzien doorkijkje hebt naar een beeld of het huis. Grote, deels vrijstaande, bomen maken het beeld compleet. Roodbaard werkte in de traditie van de zogenaamde landschapsstijl, rond 1800 overgewaaid uit Engeland en in Nederland veel toegepast. In de Engelse landschapsstijl probeert de tuinarchitect aan te sluiten bij het natuurlijke landschap en zijn ontwerp natuurlijke, organische vormen te geven. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Hollands classicisme, waarbij de paden, lanen en bloembedden strak, liniaalrecht of geometrisch rond zijn. Classicistische tuinen zijn in Nederland niet veel meer te vinden: delen van het Loo en Beeckestein (in Velzen) zijn er voorbeelden van. Best een fietstochtje waard, maar dat is ook weer een verhaal apart waard...

Stelpen en Kop-hals-rompboerderijen

Het landschap barst nog van de oude Friese boerderijen. Let er maar eens goed op, je ziet deze typen namelijk nergens buiten Friesland. Er zijn er twee: de stelp, waar alles onder een rechthoekig dak is ondergebracht, en de kop-hals-romp-boerderij, waarbij woonhuis, keuken en stallen achter elkaar geplaatst zijn. Ze stammen uit de 16e en 17e eeuw, waarbij de stelpboerderij het jongste type is, ontstaan onder invloed van de Noord-Hollandse stolpboerderij. Ook echt Fries zijn de 'Uleborden' op de nok van het dak: een witte houten afwerking met vaak zwanen aan weerszijden. In het midden zit vaak een gat in de vorm van een ruit of hartje waardoor uilen (kerkuilen) de boerderij in kunnen vliegen. De woongedeelten van de boerderijen zijn vaak bedekt met zwarte dakpannen, de stallen meestal met goedkopere, rode dakpannen.

Monnikmolens

Onderweg, zoals bij Jelsum, Wanswerd en Birdaard zie je verschillende molens, door de Friezen 'monnikmolens' genoemd vanwege de gelijkenis van hun donkerbruine rietbedekking met een monnikspij. Als je goed oplet tel je op de fietsroute bij helder weer minimaal 6 molens, oorspronkelijk allemaal poldermolens, op een houtzaagmolen in Birdaard na. Een poldermolen diende voor de bemaling van een polder: dat wil zeggen dat het water uit de laaggelegen weiden door de molens naar het buitenwater, hier uiteindelijk de Waddenzee, werd weggepompt. Tegenwoordig is die bemaling overgenomen door krachtige elektrische gemalen.

top

   
     
 


© v l o e d l i j n - 01 - 03 - 2000