|
|
Hoe moet het verder met de bestrijding van muskusratten?
In de Krimpenerwaard luiden boeren de noodklok. Gedeputeerde staten
en de Waterschapsbond in Zuidholland buigen zich de komende weken
over een voorstel om daar nog eens 10 extra muskusrattenbestrijders
aan te stellen, 'anders loopt het helemaal uit de hand'.
Vrolijke oranje vlaggetjes markeren waar
onder water de stalen kaken van conibear-klemmen schuilgaan. Een
muskusrattenvanger staat tot aan z'n dijen in de sloot en houdt
glimlachend een rat die hij uit een klem 'bevrijd' heeft, aan zijn
staart omhoog. Zo komen hier per dag ruim honderd dwergbevers, waterkonijnen
of bisamratten, zoals ze ook wel genoemd worden, aan hun einde.
De Krimpenerwaard ademt een oer-Hollandse sfeer met haar knotwilgen,
veenweiden, rietkragen en kaasmakerijen. En vooral met de 5100 kilometer
sloten die deze waard tussen Hollandse IJssel en Lek dooraderen.
Elke boer hier heeft wel eens een muskusrat op zijn land gehad.
De vijftien bestrijders, elk met hun eigen werkgebied, hebben 5300
klemmen en vangkooien uitstaan. De klemmen versperren de ingangen
van een 'bouw'. Dat is het huis van de muskusrat: een stelsel van
gangen met een doorsnede van een decimeter die tientallen meters
lang en een meter diep langs oevers gegraven zijn. Hierom zijn de
knaagdieren gevreesd: de geperforeerde oevers of taluds lopen meer
kans te verschuiven. In de beleving van het publiek worden muskusratten
vooral bestreden vanwege het gevaar dat ze voor dijken opleveren.
Maar dat gevaar blijkt inmiddels geweken. Onze dijken zijn in de
loop der jaren zo verstevigd met asfalt, beton en andere verhardingen,
dat daar geen rat tegen opgewassen is. De rivierdijken die de Krimpenerwaard
omsluiten worden dan ook niet beschadigd door muskusratten. Het
verzakken van oevers en dichtslibben van sloten waardoor de waterafvoer
stagneert, de vermindering van de grasopbrengst en het wegzakken
van tractoren zijn de resterende schadeposten. Daar staat tegenover
dat muskusratten oeverbegroeiingen kort houden, waardoor er minder
gemaaid hoeft te worden.
Van oktober 2001 tot maart 2002 vond in de Krimpenerwaard de meest
massieve actie ooit tegen de muskusrat plaats. Negentig rattenvangers
uit heel Zuid-Holland vingen toen bij elkaar maar liefst 28.000
muskusratten. Toch heeft zelfs deze kostbare campagne de populatie
niet kunnen knakken: de vangsten zijn nu hoger dan ooit. Waarom
werd er toe besloten? Hans Hofstede, directeur Muskusrattenbestrijding
in de Krimpenerwaard: "De druk vanuit de boeren hier is groot.
In juli 2001 kregen we te maken met een handtekeningenactie om de
bestrijding snel te hervatten na de MKZ-crisis. Alle problemen van
de landbouw komen in dit gebied bij elkaar: lage melkprijzen, inklinkend
veen, slechte grond, hoge grondwaterstanden en veel natuurontwikkeling.
Die frustraties worden deels afgereageerd op de overheid via de
muskusrat. Nergens anders zijn civiele procedures aangespannen in
verband met de muskusrattenbestrijding en hier maar liefst vier.
Boeren eisen daarbij dat wij de muskusratten binnen een half jaar
onder controle hebben en de geleden schade compenseren."
Uitspoeling
Het zal overigens niet meevallen die schade te kwantificeren.
Gerrit Schut, ook van de Muskusrattenbestrijding in de Krimpenerwaard:
''Het is heel moeilijk vast te stellen wat de oorzaak is van een
oeververzakking. Schades zijn meestal combinatieschades, die veroorzaakt
zijn door waterstandverschillen, harde wind en uitspoeling. Als
een oever van een waterloop verschuift, was deze vaak al zwak, bijvoorbeeld
verzadigd door zware regenval.''
Op geen enkele manier wordt de schade door muskusratten op dit moment
geïnventariseerd en gekwantificeerd. (Dus of de kosten van
de bestrijding opwegen tegen de schade die voorkomen wordt, valt
niet hard te maken.) Als de muskusrattenstand zo uit de hand gelopen
is als nu aangenomen wordt, is een meetbare toename te verwachten
van de schade aan oevers en waterlopen. Elt Wegman, peilbeheerder
bij het Hoogheemraadschap: ''Het aantal schademeldingen wordt niet
systematische geregistreerd. Ik heb wel de indruk dat er meer meldingen
binnenkomen, doordat boeren steeds kritischer kijken naar het werk
dat een waterschap zou behoren te doen. Maar de schade aan watergangen
is niet noemenswaardig toegenomen. De kosten voor het reguliere
onderhoud aan de oevers bedraagt hier zo'n 120.000 euro: dit bedrag
is niet gestegen in de afgelopen jaren.'' Ook Schut vermoedt dat
de stijging van meldingen komt doordat boeren kritischer zijn geworden.
''Sinds de MKZ-crisis is hier een grote weerstand tegen de overheid,
dus worden we voortdurend ter verantwoording geroepen.''
Bestrijdingsnorm
In 2003 werden in Nederland zo'n 400.000 muskusratten gevangen.
De inspanningen van meer dan 500 professionele rattenvangers ten
spijt, lukt het al decennia niet de muskusrattenpopulatie onder
de bestrijdingsnorm te krijgen. De provincies en waterschappen,
die sinds 1987 verantwoordelijk zijn voor de bestrijding, hanteren
de volgende norm om te bepalen of bestrijding succes heeft: als
er door een vanger maximaal één rat in de vier uur
gevangen wordt, oftewel 0,25 rat per uur. Vangt hij er meer, dan
zijn er kennelijk nog te veel in het gebied aanwezig. De gemiddelde
vangst ligt al vanaf 1987 op minimaal 0,55 muskusrat per uur en
dat getal loopt de laatste jaren op: voor 2000, 2001, 2002 en 2003
respectievelijk 0,63, 0,72, 0,83 en 0,85. In de Krimpenerwaard ligt
de vangst per uur zelfs op 2,84.
Hans Hofstede: "We berekenden het totale aantal ratten hier
in het voorjaar van 2001 op 25.000, uitgaande van vijf dieren per
kilometer watergang, maar achteraf denk ik dat we dat te laag hebben
ingeschat. Toch verwacht ik dat we met 10 extra bestrijders de populatie
volgend jaar, in 2005, onder controle hebben". Of dat realistisch
is valt te betwijfelen als we even rekenen. De voortplantingssnelheid
van de muskusrat is fenomenaal: wijfjes kunnen 3 tot 4 keer per
jaar 4 tot 6 jongen werpen, en jongen die in maart geboren worden
kunnen zelf in september zelf al weer jongen krijgen. Hierdoor kan
het aantal muskusratten in een jaar grofweg verzesvoudigden. Dit
zou voor de Krimpenerwaard neerkomen op een aantal van 150.000 in
het najaar. Dan is zelfs een vangst van 100.000 dieren nog niet
genoeg om de voorjaarstand in het jaar daarop beneden de 25.000
te krijgen. En zelfs al zou 90% of meer van de populatie weggevangen
worden, dan nóg kunnen door migrerende muskusratten van elders
en de snelle aanwas van de overblijvers witte plekken razendsnel
opgevuld worden. De natuurlijke sterfte is groot als tegenhanger
van die snelle voortplanting. Door ziekte, onderkoeling of ondervoeding,
territoriumgevechten en predatoren sterft 55% van de volwassen muskusratten
en 84% van de jongen binnen een jaar, volgens een Wagenings onderzoek
uit 1991. Waarschijnlijk zouden de meeste dieren die nu in vallen
eindigen, anders enkele weken tot maanden later door natuurlijke
oorzaken zijn omgekomen.
Duitsland heeft positieve ervaringen met een terughoudend
vangstbeleid. De deelstaatregeringen loven geen premies meer uit
voor
gevangen muskusratten. Martin Görner is bioloog in overheidsdienst
en
muskusrattenkenner in Jena, in de deelstaat Thüringen: ''In
de periode
1990-2000 vond hier geen muskusrattenbestrijding plaats. Nu is de
dichtheid
aan muskusratten hier in het heuvelland wel lager dan in de vlakke,
noordelijke delen van Duitsland, maar ze zijn toch wel bij alle
waterstromen
algemeen. Het stoppen van de bestrijding heeft niet tot een merkbare
toename
van de aantallen geleid.''
Teruggelopen
Van maart 2001 tot maart 2002 zijn de muskusratten in het grootste
deel van Zuidholland bijna een jaar nauwelijks bestreden: eerst
een half jaar niet vanwege de MKZ-crisis, daarna
een krap half jaar niet door de campagne in de Krimpenerwaard. Dat
heeft niet geleid tot een opmerkelijke toename van populaties in
andere gebieden. In de Hoekse Waard zijn de vangsten zelfs teruggelopen.
Uitgerekend in de Krimpenerwaard, waar de soort het felst bestreden
is, wordt het muskusrattenprobleem nu het grootst gevonden. Volgens
dr. Sim Broekhuizen, populatiebioloog en zoogdierkenner bij Alterra
in Wageningen, werkt bestrijding soms averechts. "Door de populatie
kunstmatig naar beneden te drukken, zal de voortplantingssnelheid
maximaal worden.Bij een planteneter als de muskusrat bepaalt vooral
de beschikbare ruimte de aantallen van de soort. Is een gebied eenmaal
in evenwicht, dat wil zeggen dat het aantal muskusratten in overeenstemming
is met de hoeveelheid voedsel en nestgelegenheid, dan neemt de voortplantingssnelheid
vanzelf af. Vrouwtjes werpen minder vaak en krijgen kleinere worpen.''
Vangst in Krimpenerwaard
Aantal gevangen muskusratten in de Krimpenerwaard en het aantal
bestrijders
1998: 2.489 5
1999: 5.101 7
2000: 10.690 9
2001: 39.322 9 (+80 laatste kwartaal)
2002: 35.683 15 (+80 eerste kwartaal)
2003: 43.606 15
Bijvangsten
Natuurbeschermers klagen al jaren over de talrijke bijvangsten
die in de
vangkooien terechtkomen. De tien provincies die in 2002 het aantal
bijvangsten registreerden kwamen uit op een totaal van 16.000 dieren.
Daaronder zijn ook duizenden dieren van soorten die
bescherming genieten in het kader van de Flora- en Faunawet, zoals
lepelaars, futen en waterrallen. Ook vinden regelmatig natuurlijke
vijanden
van de muskusrat de dood in vangkooien: in Zuid-Holland bijvoorbeeld
jaarlijks tot 70 bunzings, 30 nertsen en 17 hermelijnen.
Exoot
De muskusrat is een exoot, afkomstig uit Noord-Amerika. Pelsdierfokkers
haalden het dier begin vorige eeuw naar Europa. België gaf
in 1928
toestemming tot het kweken, maar twee jaar later werd de fok al
weer
verboden, omdat de dieren zich na ontsnappingen overal in Europa
snel
verbreidden. Het was al te laat. In 1941 werd de eerste in Nederland
gezien,
bij Valkenswaard. Vanuit het zuiden veroverden de muskusratten tussen
1950 en 1985 het hele land. Tegenwoordig komen ze overal voor, met
uitzondering van Texel en Vlieland.
|
|
|