|
Alterra weet niet of boerennatuur
wel werkt
Met stijgende irritatie las ik afgelopen
dinsdag de discussiebijdrage van
Marleen van den Top en Anton Stortelder, waarin zij een lans breken
voor natuurbeheer door boeren. Waardoor werden mijn kromme tenen
veroorzaakt? Vooral door de ondertekening van het stuk.
De auteurs schrijven hun bijdrage niet
op persoonlijke titel, maar in hun hoedanigheid van onderzoekers
van Alterra, research-instituut voor de Groene Ruimte. Je verwacht
daardoor als argeloze lezer dat zij een wetenschappelijk gefundeerde
mening over
agrarisch natuurbeheer geven.
"Boeren en natuurbescherming gaan
heel goed samen. Geef de boer een grotere rol en het werkt"
stellen zij ferm in het intro. Hoezo, werkt? Werkt voor wie? Dat
wordt gemakshalve niet gepreciseerd. Ik neem maar aan dat de auteurs
bedoelen dat de natuur daarvan profiteert - boeren kun je immers
ook best op een andere manier aan een aanvullend inkomen helpen.
Eén van de schrijvers is bovendien 'onderzoeker ecologie'
en niet 'onderzoeker agrarische inkomenssteun'. Maar de stelling
dat agrarisch natuurbeheer wérkt voor natuur, wordt nergens
in het stuk onderbouwd.
Geen enkele plant, geen enkel dier, zelfs
geen enkel ecologisch proces wordt belicht. En ik als lezer wordt
door dat intro juist nieuwsgierig gemaakt naar welke planten en
dieren, welke ecologische processen in welke mate kunnen profiteren
van agrarisch natuurbeheer. De onderzoekers keuvelen in plaats daarvan
over 'het Regionaal fonds EU-proof maken', over 'hernieuwd vertrouwen
in een duurzame toekomst van landbouw en natuur', over 'versterking
van het agrarische cultuurlandschap' en ''een win-winsituatie''.
Daarmee diskwalificeren zij zich als onderzoekers en worden ze beleidsmakers.
De feiten - waarnaar onderzoekers nieuwsgierig
zouden moeten
zijn - worden compleet overwoekerd door een ambtelijk begrippenstelsel.
In 2001 publiceerde het Britse 'Nature'
(naast 'Science' het meest
gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift ter wereld) een geruchtmakend
onderzoek van onder andere Jan Berendse, hoogleraar Natuurbeheer
en Plantenecologie aan de Wageningse Universiteit. De onderzoekers
vergeleken 78 proefvelden waar aan agrarisch natuurbeheer werd gedaan
met 78 vergelijkbare velden waar dat niet het geval was. Hun conclusie
liet niets aan duidelijkheid te wensen over: "Agrarisch natuurbeheer
is niet effectief in het beschermen van rijkdom aan soorten van
de onderzochte groepen (planten, vogels, zweefvliegen en bijen)
en er werden geen positieve effecten gevonden in planten- en vogelrijkdom."
Zij toonden dus aan dat agrarisch natuurbeheer wel eens niét
zou kunnen werken. (NB: agrarisch natuurbeheer richt zich vooral
op weidevogels: kievit, scholekster, grutto en tureluur deden het
zelfs significant beter op 'gewone' landbouwgrond als op de gesubsidieerde!)
Als onderzoeksinstituut Alterra desondanks
stug uitgaat van het tegendeel, heeft zij de dure plicht om met
tegenargumenten of, liever nog, met tegenonderzoek te komen, in
plaats van gemakzuchtig mee te kletsen in het beleidsjargon van
LNV. De Alterra-onderzoekers willen het jonge en aanstormende talent
in de Tweede Kamer graag wijzen op de zegeningen van het agrarisch
natuurbeheer. Ik op mijn beurt zou datzelfde talent er graag op
willen wijzen dat Alterra kennelijk niet kiest voor wetenschappelijk
gewicht op dit punt, maar in plaats daarvan ongeneerd op schoot
zit bij het Ministerie, zijn grootste opdrachtgever en financier.
Kor Goutbeek, bioloog/natuurjournalist
(www.vloedlijn.nl) Nijmegen

|