|
Die goeie ouwe tijd
Glunderend gaf onze premier zijn toelichting op de miljoenennota.
Een klinkend economisch succes, met dank aan Zalm. Zelf profileerde
Balkenende zich in de drie kabinetten met zijn naam door normen&waarden
op de agenda te zetten. Waarbij nogal eens verwezen werd naar de
tijd dat mensen met respect en fatsoen met elkaar omgingen en buren
nog voor elkaar zorgden. En je hoefde in de jaren '50 je fiets niet
eens op slot zetten. Maar waren de dominante normen destijds écht
zo aantrekkelijk?
Vrouwen. De norm voor vrouwen was: het aanrecht. Meisjes
draaiden al volop mee in het huishouden en gingen vaak naar de huishoudschool.
In 1958 was 76% van de bevolking kerkelijk (tegen nu 36%) en daar
zag de vrouw haar plaats in de wereld; voorgangers, kerkenraadsleden,
bisschoppen: de hele kerkelijke hiërarchie was opgetrokken
uit mannen. Het aanzien van een vrouw werd afgeleid van haar echtgenoot:
"daar gaat de vrouw van de notaris". Als een vrouw ging
trouwen, mocht ze worden ontslagen. Carrièrekansen waren
er amper. In 1950 waren 5 van de 150 Kamerleden vrouw, tegen 58
nu. Meisjes die per ongeluk zwanger werden - wat door gebrek aan
anticonceptie en voorlichting nogal eens voorkwam - werden doordrongen
van hun zondigheid. Ze moesten hun kind soms afstaan zonder dat
ze het mochten zien - een traumatische ervaring.
Kinderen. De norm voor kinderen was: gehoorzamen. De meester
en je ouders wisten wat goed voor je was. 'Eert uw vader en uw moeder'
stond immers in de veel geciteerde Tien Geboden,
terwijl kindermishandeling veel algemener was dan oudermishandeling.
Harde straffen
maakten kinderen bang voor misstappen en zorgden inderdaad voor
een soort verkrampte bedeesdheid en beleefdheid. Zelfs Sinterklaas
werd gebruikt om kleine kinderen met bangmakerij op het rechte pad
te houden.
Homoseksuelen. De norm voor homo's was: je deugt niet. In
de gereformeerde en Rooms-katholieke kerken werd homoseksualiteit
als zonde bestempeld en tot 1971 was het zelfs nog wettelijk strafbaar.
Homo's worstelden enorm met gevoelens van schaamte en schuld.
Mannen. De norm voor mannen was: je gedeisd houden. Je was
hoofd van het gezin, maar weer ondergeschikt aan je zuil; Rooms-Katholiek,
gereformeerd, socialistisch of liberaal. Als je vader kleine zelfstandige
was - boer of slager - werd je geacht zijn bedrijf over te nemen.
Je hoofd boven het maaiveld uitsteken, praten over gevoelens of
uit de band springen was er niet bij. Je vrouwelijke of zorgende
kanten ontwikkelen - gaan werken als verpleger of kleuterleider
bijvoorbeeld - was ondenkbaar.
In de jaren '50 voelde men zich geborgen, maar ook beknot. Het
was een bedompte tijd, vol taboes. Van de huidige mogelijkheden
om je eigen weg te zoeken en je te ontwikkelen kon men alleen maar
dromen. En wat die fietsendiefstal betreft: weliswaar ligt het niveau
nu veel hoger dan in de vijftiger jaren, maar in Amsterdam daalde
deze tussen 2001 en 2005 al weer van 80.000 naar 50.000, bijna 40%
in slechts vijf jaar tijd!
|