k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n

Een roze bril

h o m e

Breed grijnzend stond hij op de cover van deze krant: de Indiase topman van Mittal, het grootste staalconcern ter wereld. Een signaal dat de globalisering niet meer van een kant komt. India, zo leerde ik nog op de lagere school, was een zielig land in de Derde Wereld. Midden jaren '70 werd ik als 10-jarige geconfronteerd met gebarsten aarde, uitgemergelde koeien-karkassen, een kind met een wanhopige blik. Onze kaartverkoop voor Unicef was dan ook een druppel op de gloeiende plaat: die Derde Wereld was immers groot, veel te groot. Zuid- en Midden-Amerika, Afrika en Zuid-Azië: tweederde van de wereldbevolking crepeerde in honger en armoede. Ik besloot er maar niet te veel over na te denken: dit was zó dramatisch, zo uitzichtloos…

Dat hongerprobleem is inmiddels een stuk behapbaarder geworden. Sterker nog: de oplossing komt binnen handbereik! De wereld produceert meer dan genoeg voedsel. Gemiddeld heeft een wereldbewoner zo'n 2200 kilocalorieën per dag nodig, terwijl er zo'n 3000 beschikbaar zijn. De productie van de 10 meest gangbare landbouwproducten in ontwikkelingslanden is sinds 1970 verdrievoudigd. En deze stijging zet verder door, dankzij betere gewaskeuze, irrigatie, bemesting en genetisch gemodificeerde gewassen. Ondervoeding is niet alleen een kwestie van te weinig calorieën, maar vaak van een tekort aan specifieke elementen als ijzer, jodium, zink en vitamine A. En nu kunnen er gewassen met meer van deze nutriënten geteeld worden.

Armoede is de belangrijkste oorzaak van ondervoeding. Het eerste millenniumdoel behelst daarom het halveren - tussen 1990 en 2015 - van het aantal mensen dat rond moet komen van minder dan 1 dollar per dag. In 1990 was dat 28% van de wereldbevolking, in 2005 zo'n 19%. We liggen dus op koers. Rond 1950 leed 35% van de wereldbevolking door ondervoeding, nu zo'n 13%. Twintig jaar terug stierven iedere dag 41.000 mensen door honger, 10 jaar geleden 35.000 en tegenwoordig zo'n 24.000. Daarvan zijn er 18.000 kinderen onder de vijf. De sterfte van kinderen voor hun vijfde jaar daalde van 28% in de jaren '50 naar 10% nu. Door die hogere overleving daalt ook het kindertal in de armste landen.

In Nederland nam de levensverwachting vanaf 1950 toe van 72 naar 78, ruim 8%. Maar in de grote ontwikkelingslanden was de stijging veel spectaculairder: in India bijvoorbeeld van 38 naar 63; 66%! Binnen 10 jaar is ondervoeding en hoge kindersterfte verleden tijd in dat land en binnen 25 jaar in de hele wereld. Dan hebben we allemaal een reden om breed te glimlachen…




 

 

 


 




© v l o e d l i j n - 2 0 0 6