|
Grote dieren gedijen in een klein land!
Een edelhertmoeder met kalf in de grauwe, versteende stad: acteurs
in een surrealistisch spotje van Stichting Natuur&Milieu. De
boodschap: onze dieren kunnen nergens meer heen in volgebouwd Nederland.
Maar is dat ook zo? Is er voor hen minder ruimte door de verdubbeling
van de bebouwing sinds 1950? Ik heb voor onze acht grootste zoogdieren
de getallen opgezocht: het eerste slaat op hun aantal in 1950, het
tweede op 2005.
Bever van 0 naar 250
Uitgestorven in 1826, opnieuw uitgezet in 1988 in de Biesbosch,
waar nu zo'n 100 bevers leven. Verder zwemmen in de Gelderse Poort
70, in Limburg 40 en in Flevoland 40 bevers rond. Die laatste zijn
nauwelijks schuw: ze zijn zelfs te zien in grachten van Almere-Haven.
Grijze zeehond van 0 naar 1500
Ons grootste zoogdier - twee keer zo zwaar als een edelhert - verscheen
in 1979 op de zandbanken in de Waddenzee, afkomstig van de uitdijende
populatie aan de Britse kusten. Eind jaren '80 werden de eerste
jongen hier geboren.
Wild zwijn van 600 naar 2000 (voorjaarsstand)
In 1907 uitgezet in Kroondomein het Loo, bij Apeldoorn. Van daaruit
is geleidelijk de hele Veluwe veroverd. De najaarsstand ligt rond
de 6000 - door de vele biggen.
Damhert van 600 naar 2400
Op de Veluwe zo'n 400, in de duinen 2000. Omdat het een exoot is,
zou dit hert in de jaren '80 eigenlijk uitgeroeid worden, maar onder
druk van protesten is dat niet doorgegaan.
Edelhert van 200 naar 2600
Dit aantal is gelijk verdeeld over Oostvaardersplassen en Veluwe.
De Veluwe is ruim tien keer zo groot, dus de dichtheid aan herten
is in het voedselrijke kleimoeras van de OVP veel hoger.
Zeehond van 4000 naar 5000
In de jaren '50 werden nog elk jaar zo'n 600 zeehonden - concurrenten
van vissers - afgeschoten. Toen de jacht in 1961 verboden werd,
steeg het aantal snel. In de jaren '70 stortte de populatie weer
in door met PCB's vervuild rivierwater. Na een verbod daarop nam
het aantal snel toe. In 1988 en 2002 sloeg een virus toe, overgewaaid
vanuit Denemarken, waardoor de populatie halveerde. In beide gevallen
herstelde de zeehond zich verbluffend snel: binnen 3 jaar.
Vos van 4000 naar 20.000
Veroverde vanuit het oosten heel het land en zelfs grote steden
als Den Haag.
Ree van 10.000 naar 50.000
Ons meest algemene grote zoogdier kwam rond 1800 alleen op de Veluwe
voor. Heeft leren overleven op de meest kale akkers en winderige
vlaktes.
Mijn droom: tijdens het joggen in ons stadspark een ree tegenkomen.
Het kan werkelijkheid worden: in de Rotterdamse haven gedijen reeën
en vossen nu al. Alle grote zoogdieren zijn toegenomen; doordat
ons bosareaal groeide, de jacht afnam, het milieu schoner werd en
de dieren zich aanpasten aan de mens. En het einde van de groei
is nog niet in zicht: de verovering van de stad is nog maar net
begonnen. Klopt dat spotje van Natuur&Milieu dus toch
|