k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
interviews
  a d r e s g e g e v e n s

 

 

Het utopia van een natuurdromer

Een van die zeldzame Nederlanders die er in slaagt iets van zijn droom over een mooiere wereld te verwerkelijken heet Wouter Helmer. Hij heeft een droom over een natuurrijker Nederland. En, misschien nog wel essentiëler, een droom over een nieuwe relatie tussen mens en natuur. In 1989 richtte hij met Willem Overmars en Gerard Litjens bureau Stroming en Stichting Ark op, waar nu zo'n 25 mensen werken. Wouter schreef mee aan de toekomstvisies Gelderse Poort (1990), Grensmaas (1991), Levende rivieren (1992), Meegroeien met de zee (1996), Veters los (1997), Nieuw Rotterdams peil (1997) en Bergen van Water (2000). Al deze plannen zijn inmiddels omarmd door natuurclubs als het WNF en sijpelen op allerlei niveau's door in het overheidsbeleid. Onder andere daardoor is Nederlands' natuurareaal de afgelopen tien jaar met bijna 80.000 hectare gegroeid. In diezelfde tijd nam de bebouwde oppervlakte in Nederland toe met 40.000 hectare. De ruimte voor natuur groeit dus twee keer zo hard als de ruimte voor asfalt, steen en beton.

Niet alleen letterlijk, in aantallen hectares, maar ook overdrachtelijk krijgt moeder natuur meer ruimte. "De prinses die in onze delta rust, wordt wakker gekust", zo drukte Willem Overmars het eens uit. Begrazing, het opengooien van natuurgebieden, natuur dichtbij de stad, natuurlijke verjonging, ruimte voor de werking van wind en water, het opruimen van hekken en prikkeldraad: allemaal ontwikkelingen die twintig jaar geleden vaak werden afgedaan als 'onhaalbaar', worden nu één voor één werkelijkheid. Verstopt in een bos bij Nijmegen ligt Wouters huis: de voormalige boswachterswoning waar hij al van droomde in de tijd dat hij als tienjarige nog salamanders ving met de zoon van een jager. Zijn innemende, jongensachtige uitstraling - geruite blouse - doen een basisschoolonderwijzer vermoeden: eentje die vaak leuke, gekke dingen onderneemt met zijn klas. Je denkt niet direct aan een succesvolle 'macher', die grootse dingen voor elkaar krijgt. Vanuit zijn woonkamer kijk ik uit op onder andere teunisbloemen. Wonderlijke grote gele bloemen die in de avondschemering binnen een minuut open gaan en dan soms bijna lijken te fluoriceren. Helmer: "Ja, ik zaai hier van alles en kijk wel wat er opkomt, welke planten het goed doen op deze droge zandgronden. Ik wil graag bijleren." Uitgangspunt voor een bijna vier uur durend intensief interview vormen citaten uit 'Ooijt'. Wouter schreef dat essay in 1994 voor een boek van de Landinrichtingsdienst. Het is een verslag van een toekomstige wandeling door de Ooijpolder bij Nijmegen (in 2010) samen met zijn oudste dochter Eline: nu 8, dan 17. De cursieve teksten zijn citaten uit 'Ooijt'.

Een zeearend maakt zich los van een dode wilg die half in het water ligt en met een flinke brasem in de klauwen cirkelt hij vlak over ons richting heuvelrug. "Die zeearend laat prachtig zien dat we van statische natuurbeelden af moeten. Deze grote roofvogel werd lange tijd geassocieerd met woeste, uitgestrekte natuurgebieden. Deskundigen vonden zeearenden schuw en niet passen in verstedelijkt Nederland. Maar in Duitsland broeden ze inmiddels in jonge populierenbossen en vlak bij de mens. We moeten ons idee over de zeearend dus bijstellen. De natuur is niet te fixeren, maar plaatst ons, als we maar goed genoeg willen kijken, elke dag weer voor verrassingen. Dit jaar overzomeren in ons land op drie plekken zeearenden, waaronder bijna volwassen vogels. Door minder gif in het milie en natuurontwikkeling zal het niet lang meer duren voor ze in ons land broeden. Moet je je voorstellen, de grootste arend van Europa met een vleugelspanwijdte van 2,5 meter kunnen we gewoon in ons eigen land zien, dat is toch machtig! Het hele idee dat je ver moet reizen om spectaculaire natuur te beleven, daar moeten we vanaf. Als wij het willen, gebeurt het binnenkort allemaal op onze eigen stoep.

Nu reikt de natuur tot aan de poorten van de stad.

Ja, dat is wezenlijk. Natuur waar je uren in kunt ronddwalen moet binnen een half uur fietsen voor elke Nederlander beschikbaar zijn. En driekwart van de Nederlanders woont in steden. Met name de stadsrand biedt gouden kansen. Hoeveel mensen zouden er niet veel geld voor over hebben als hun vrije uitzicht een vrij uitzicht bleef? Van dat soort ongewone geldstromen moet de natuurbescherming gebruik maken.

Niet gehinderd door prikkeldraad of borden zoeken we onze weg tussen rivier en bandijk. Zonder een moment van verveling dolen we urenlang door een landschap waar je vroeger met één blik al kon zien waar zich grasland en waar zich maïs bevond.

"Dat is een nadeel van het veel geroemde weidse Nederlandse landschap. Je ziet aan de horizon ook altijd weer huizen of flats opdoemen. Dan ervaar je Nederland ook snel als vol, bebouwd en benauwd. Als grootschalige landbouw plaats maakt voor een afwisselend landschap met bloeiende graslanden, kreken, struwelen en open bossen, een landschap met spannende doorkijkjes, wordt Nederland ineens veel groter. Er gebeurt veel meer op dezelfde oppervlakte, het landschap krijgt meer diepgang."

Ik zeg ook niet dat je in een dichtbevolkt land als Nederland de natuur geheel de vrije hand kunt laten. "Langs de rivieren heb je gewoon rekening te houden met de belangen van scheepvaart en veiligheid. Die stellen grenzen aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de natuur. Die respecteer ik ook. Het verwijt dat wij oernatuur zouden willen met hekken er om heen, slaat nergens op. We willen juist graag meer contact tussen mens en natuur. Gek genoeg heeft de natuurbescherming de vervreemding van de natuur in de hand gewerkt. De kwetsbare natuur zou ontzien moeten worden, mensen moesten worden geweerd."

Verschillende kunstenaars hebben sculpturen gemaakt. Bij laagwater zijn die het domein van spelende kinderen, bij hoogwater donderend geraas van watervallen, stroomversnellingen en fonteinen "We willen mensen op alle mogelijk manieren bij de natuur betrekken, zodat er geen vervreemding, verwijdering ontstaat. Ook kunstenaars zullen inspelen op creatieve uitdagingen die de natuur biedt. Soms vergelijk ik natuurbeheer wel eens met kunstbeleid. En was natuurbescherming lange tijd gericht op het behoud van oude museumstukken, zij verandert steeds meer in ruimte geven aan de kunstenaars van nú om zich te ontplooien. "

Rond 1993 werd daarom besloten de klei zorgvuldig van de zandige ondergrond te pellen. Nu is het onderliggende reliëf weer zichtbaar. Ik wijs Eline op de watervoerende geulen en grindbanken die door de uiterwaard lopen, en op de stuivende rivierduinen. Geomorfologische processen die wij alleen uit de geschiedenisboekjes kenden, zijn hier weer tot leven gebracht. Ook in detail is de lijn tussen verleden, heden en toekomst hersteld. Het pad voert achteloos naar een oude steenoven, waarin een kleine uitspanning is gevestigd. "Het gaat erom dat we in gesprek blijven met het landschap. Dat we luisteren naar de natuur, dat we leren van haar mogelijkheden en dat we naar goede combinaties zoeken. Het gaat uitdrukkelijk niet om het herscheppen van oernatuur, waaruit de mens is weggepoetst. Juist niet! Wij zoeken naar economische krachten zoals drinkwater-, grind- en kleiwinning waar de natuur mee mee kan liften. En de recreatie natuurlijk! Landbouw laat zich namelijk minder goed combineren met natuur. Noodzakelijkerwijs staat de landbouw voor het selectief bevoordelen van één soort: het gewas. Dat bijt dus fundamenteel met rijke, zich spontaan ontwikkelende ecosystemen."

Via een lange eikenlaan bereiken we ten slotte een afgetekende verhoging in de grazige uiterwaard. Deze middeleeuwse kasteelterp, die met hoge fruitbomen is omgeven, vormt een geschikte plek voor een picknick. We gebruiken verweerde natuurstenen, ooit onderdeel van een dorpel of vensterbank, als zitplaats en tafel. De geschiedenis alleen is geen reden om iets te behouden. Het gaat om de vraag of we er in het heden nog betekenis aan kunnen geven. "Eén van de grote bezwaren tegen natuurontwikkeling luidt dat wij de geschiedenis van het landschap zouden verkwanselen. Maar je moet juist kijken hoe die geschiedenis optimaal tot zijn recht kan komen. Het Nederlandse landschap moet niet verworden tot een statisch open lucht museum."

De vondst van een hertenkarkas ondergaat ze met een vanzelfsprekendheid die mij vreemd is. "Kinderen vinden een dood dier heel gewoon. Wij volwassenen zijn geschokt. We hebben zo'n zware scheiding tussen leven en dood aangebracht, en zijn ongelooflijk hypocriet. Een dood dier is vies, eng, moet zo snel mogelijk opgeruimd. We zouden moeten beseffen dat dieren massaal sterven in de natuur, maar we willen daar niet mee geconfronteerd worden. Terwijl de dood basis is voor nieuw leven, onmisbaar onderdeel van de cyclus, van het hele systeem."

Alle bewoners van het gebied betalen mee aan het beheer van de Ooij. Tegelijkertijd zijn ze mede-eigemaar en lid van de vereniging die het gebied beheert. Een soort marke-constructie dus, die de betrokkenheid van de lokale bevolking bij het gebied, maar ook de onderlinge band, sterk vergroot heeft. "We hebben met vijf gezinnen uit de buurt een klein landgoed gekocht van 13 hectare bos en heide. Daardoor moeten we het er samen over hebben hoe we met dat bos omgaan. Dat is boeiend, die discussie. Je leert van elkaar, als je goed luistert en voor nieuwe ideeën openstaat."

Onderweg plukken we een veldboeket van salie, centaurie, fluitenkruid en streepzaad. De dijkhellingen staan er vol mee. We waren het bijna vergeten, maar Nederland kent een grote rijkdom aan inheemse vruchten, kruiden en paddestoelen. "Kastanjes zoeken of bloemen plukken verinnigt je band met de natuur. Een krachtige, vitale natuur kan dat ook gemakkelijk hebben zonder dat zij schade oploopt. Maak de natuur sterker, zodat ze tegen een stootje kan is onze filosofie. Een sterke natuur kan ook grote bezoekersaantallen aan. Moeder natuur zelf zorgt voor zonering. De uitgestrektheid en ruige begroeiing zorgen vanzelf voor een schifting tussen het grote publiek dat alleen op zondagmiddag komt en klein rondwandelingen maakt en de echte liefhebbers die op hun urenlange trektochten zelf hun boterham meenemen. Bovendien schermen water en moeras de meest kwetsbare gebieden af. Daar vind je reiger- en aalscholverkolonies en de nesten van zwarte wouw en visarend."

Een groep herten staat tussen de bomen op het strand te drinken. Ze laten zich tot op enkel tientallen meters benaderen. Ik merk het nu weer aan m'n dochter, dat juist zulke ontmoetingen veel indruk maken. Mensen worden er stiller, alerter en ook mooier van. Het scherpt hun zintuigen. "Tijdens excursies heb ik ervaren dat mensen diep onder de indruk raken van een ontmoeting met een groot of bijzonder dier. 'Weet je nog toen we die ijsvogel zagen?' zei iemand laatst, over een wandeling van 10 jaar geleden. Dan weet ik ook dat niet ík, maar híj die ijsvogel ontdekte, anders was het hem niet zó bijgebleven. Persoonlijke, subjectieve ervaringen, het gevoel dat je zélf iets blootgelegd hebt, iets ontdekt, dat moet de kern zijn van de relatie tussen mens en natuur. Zoals een kind verwondert een rups ontdekt en hem tijdenlang volgt."

Het begint al weer te schemeren als we over een uit baksteen opgetrokken boogbrug naar het Waaleiland lopen. Op het eiland is een nieuw uitgaanscentrum ontstaan waar op dit tijdstip de meest exotische etensluchtjes hangen. Het gevaar voor isolatie van dit stadsdeel is ondervangen door een 350 meter winkelbrug die het Waaleiland met de oude binnenstad verbindt. Het autoverkeer rond Nijmegen is trouwens drastisch afgenomen nu winkels en natuurgebieden voor steeds meer mensen op loopafstand bereikbaar zijn gemaakt. Terwijl de boten onder ons doorglijden en de laatste aalscholvers overvliegen zien we een brede gordel ooibossen langzaam opgaan in de oostelijke avondlucht. Een terraszanger stemt zijn gitaar. Glaasje wijn erbij. Het lijkt wel vakantie. "Tijdens m'n studie deed ik onder andere sociologisch onderzoek naar het functioneren van de milieubeweging. Daar werd ik niet vrolijk van. De milieugroepen gingen uit van een doemscenario, waarin de mens slecht is en zijn schuld kan afkopen. Maar met die negatieve energie is het moeilijk mooie dingen voor elkaar te krijgen. Ik ontdekte dat organisaties na een tijdje vooral bezig zijn zichzelf in stand te houden. Het roer moest om. In 1988 ging ik er een jaar tussenuit om me te bezinnen. Door veel te lezen, te praten met mensen met een visie op landschap en boeddhistische oefeningen te doen. Hoe moest het verder met de milieu- en natuurbescherming? En wat wilde ik zelf? Ik besloot mijn verantwoordelijkheid voor het milieu persoonlijk op te pakken door onder andere niet te vliegen en geen auto te rijden. Maar in mijn werk wilde ik me helemaal richten op dat wat we me werkelijk boeide, de natuur, die oneindige variatie in levensvormen, in relaties, in processen. Tijdens mijn onderzoek naar vleermuizen was ik me al bewust van geworden hoezeer onze dagelijkse wereld schijn-objectief is. De nacht geeft ruimte aan een andere invulling van de werkelijkheid. Aan eigen, subjectieve ervaringen. Dat is essentieel, want natuurbescherming begint bij mensen. Zij willen, hoop ik dan, de nachtzwaluw niet kwijt, omdat ze eens onder de indruk zijn geweest van zijn vleugelgeklapper en rollende roep op een zwoele zomernacht. En niet omwille van wetenschappelijke objectiveringen en zeker niet uit schuldgevoel. De sleutel tot ons succes is volgens mij dat wij die ervaringen benutten. Vanaf het begin laten we in voorbeeldgebieden al zien wat we bedoelen. Je kunt wel decennia lang door blijven discussiëren over een juiste visie op natuur. Maar je droom kun je het beste realiseren door er iets van te laten zíen. Dat maakt mensen enthousiast en zo komen veranderingen op gang. Ik heb door onze voorbeeldgebieden mogen wandelen met schoolkinderen en ministers en dat heeft meer effect dan welke theoretische uiteenzetting ook. Nee, ik heb er geen moeite mee als anderen met ons verhaal 'aan de haal gaan'. Juist niet, we vinden het prachtig als onze ideeën weerklank vinden. We zoeken bij Ark voortdurend kansen op, kijken goed om ons heen waar we meewind kunnen verwachten, want we willen optimaal resultaat. Wonderlijk genoeg krijgen we soms hulp van de natuur zelf. Zoals in 1993 en 1995 toen de grote rivieren overstroomden. Daarmee kreeg ons verhaal een geweldige duw in de rug. Onze organisatie verandert voortdurend, net als de projecten waar we aan werken. We trekken verder, willen ons niet aan iets blijven vastklampen. Wat je vast wil houden, dat verlies je juist. Als je van je dochter vindt, ja zo is zij mooi, zo wil ik haar houden, dreigt juist verwijdering. Je moet accepteren dat alles voortdurend in beweging is, dynamisch. Zoals het stromende water, de grote vormende kracht van ons land. Ieder zandkorreltje, kleimolecule of zelfs maar gedachte aan een obstakel, splitst het water in een onvoorspelbaar patroon van geulen en kreken. Water stroomt, maar wat belangrijker is, water stroomt nooit rechtdoor. En wat nóg belangrijker is in dit land: hoe vlakker het ligt, des te minder water rechtdoor stroomt, des te grilliger het patroon dat water in de bodem etst. Zand, grind en klei worden minitieus gesorteerd, maar bij iedere waterstand weer anders. Het karakter van water is verandering. Iedere fixatie is gedoemd te mislukken.

 



top

   
     
 


© v l o e d l i j n - 2000