k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
interviews
  a d r e s g e g e v e n s

 

 


EIGENZINNIGE NATUURMANAGER

Hij is gestopt met actieve managementfuncties in de natuurbescherming. Toch denkt Siegfried Woldhek nog dagelijks na over hoe het nu verder moet met onze geteisterde planeet. Een blik achterom en vooruit.

Siegfried (1951, Emmen) is een man met idealen én ideeën. Een gedreven man die bovendien van wanten weet. Zo verdubbelden onder zijn leiding de ledenaantallen van Vogelbescherming en het Wereld Natuur Fonds: dankzij een heldere boodschap en professionele marketing. Maar ook het aanslaan van natuurontwikkeling in Nederland, de certificering van duurzaam geproduceerd hout en het in zwang raken van de term 'wetlands', kan niet helemaal los gezien worden van zijn persoonlijkheid. Dat 'zijn' WNF zich vanaf '91 met de natuur in Nederland ging bezighouden, werd door de gevestigde natuurbeschermingsorganisaties op z 'n zachtst gezegd niet enthousiast begroet. Siegfried wordt in het professionele natuurwereldje dan ook wel 'ns lastig genoemd, een drammer met oogkleppen en ongrijpbare ideeën. Maar zijn terugblik op 15 jaar leiding in de natuurbescherming laat zich vertellen als een unfervroren succesverhaal, waarin weinig ruimte lijkt voor twijfel of relativering. Misschien past dat ook wel niet bij een wereldverbeteraar, zo langzamerhand zelf een bedreigde diersoort.

Achter zijn Giethoornse boerderij drinken we koffie op het terras. We kijken uit op dras grasland, riet en moerasbos. "Giethoorn, tja, we pakten vier jaar geleden de kaart van Nederland en vroegen ons af waar het over 20 jaar nog rustig zou zijn."Rustig? Merels, braamsluipers en bosrietzangers zingen, een boomkruiper kruipt langs de stam van de peer, een purperreiger vliegt over. Hier is zoveel geluid, leven en kleur! Toch gaat er rust uit van deze plek - een soort ontspanning voor je gemoedsrust. Siegfried: "Natuurbescherming heeft te maken met dingen van waarde in het leven, heeft te maken met muziek, met relaties, met vogels. Bij Vogelbescherming hebben we veel gedaan aan de waardering van vogels, zélf naar buiten gaan, het plezier dat je daaraan kunt beleven. Dat is één basis voor natuurbescherming. Een andere is dat wij niet in staat blijken om in een 200 miljoen dollar kostende kas, de Biosphere II, acht mensen in leven te houden. Terwijl onze aarde dat elke dag dag gratis doet voor zes miljárd mensen! Blijft het leven op deze planeet rijk genoeg om basale diensten te kunnen leveren: schone lucht, voedsel, drinkwater, regulerend vermogen enzovoort. Dat is de centrale natuurbeschermingsvraag."

"Mijn fascinatie voor vogels gaat terug naar Friesland waar ik als kleine jongen iedere vakantie 's ochtends om vijf uur met de paarden het land opging. De boer wees me de gruttonesten aan, terwijl ooievaars en kemphanen boven me vlogen. Die indrukken hebben me richting vogels en natuur gedreven. Na m'n biologiestudie kon ik geen baan krijgen in het onderzoek, waar ik toen al m'n zinnen op had gezet. In anderhalf jaar kwam maar een keer een vacature vrij in het vogelonderzoek! Ik verdiende de kost in die periode met schrijversportretten voor Vrij Nederland. Rond 1980 kwam ik als bioloog in dienst van Vogelbescherming. Ik viel met m'n neus in de boter, want de de kwestie Oostvaardersplassen speelde op dat moment. We voerden actie om te voorkomen dat dwars door dit nieuwe, ongekend rijke vogelgebied een spoorlijn zou komen. In die periode ontdekte ik hoe leuk het is om samen te werken, de media te bespelen, iets in beweging te krijgen. Dat bleek me goed te liggen. Bovendien kantelde door de Oostvaardersplassen m'n hele idee over natuurbescherming. Tot op dat moment was natuur iets van 23 orchideeën op een plek en het daarop volgende jaar 17 en dan 15 enzovoorts. De natuurbeschermer voorspelde dan in welk jaar de laatste zou verdwijnen. Een hele cynische kennis, met een grote zekerheid dat het allemaal kapot gaat. En toen was daar zomaar uit het niets dat natuurgebied zonder weerga: rijk aan soorten, dynamisch, veerkrachtig! Frans Vera tekende de grote lijnen en een historisch perspectief: dit was oernatuur die duizenden jaren lang gedijde in onze delta! Natuurbescherming bleek ineens veel meer een kwestie van randvoorwaarden scheppen op de goeie plekken. In onze delta van Rijn en Maas ligt een prinses die alleen maar wakker gekust hoeft te worden, zoals Willem Overmars dat noemt. Het was fascinerend om die hele draai in het denken mee te maken!"

Hoge ambities

"Bij het WNF ontwikkelden we in 1991 de filosofie van de speerpunten: we gaven onze achterban duidelijk te kennen voor welke doelen op welke termijn we stonden. We vroegen ons af: wat is er wérkelijk nodig om de wereld te redden? We kwamen uit op zaken als nieuwe natuur, bossen, wetlands, klimaat. Onze doelen waren zeer ambitieus, we legden de lat hoog. Zo wilden we binnen 10 jaar de oppervlakte natuur in Nederland verdubbelen. Destijds werd dat wereldvreemde idee weggehoont! En nou is dat is nog wel niet helemaal gelukt, maar het scheelt nog maar een haar. Toch ging altijd minimaal 80% van onze inkomsten naar projecten in het buitenland. En ook daar legden we de lat zeer hoog, omdat geen enkele natuurclub in de wereld vele tientallen miljoenen guldens vrij te besteden heeft. Maar voor de oplossing van de grote problemen zijn veeleer miljarden nodig. Om dat gat te dichten wilden we een katalysator zijn voor het denken in grote bedrijven, bij overheden, de Wereldbank enzovoort. Allerlei andere partijen die wél echt verschil konden maken voor de toekomst van de natuur. Het lukte vaak om hen mee te krijgen. Want mensen willen met een trots gevoel naar huis kunnen gaan van hun werk. 'Ik heb vandaag geholpen de aarde een beetje mooier te maken' dat gevoel, dat idee. Daarin schuilt een ongelooflijke energie, een bron van trots."

"Eén van onze grootste successen vind ik de totstandkoming van de FSC, de certificering van tropisch hardhout. Je moet je voorstellen dat de geschiedenis van bosbouw en houtkap er eeuwenlang een geweest is van roof. Van bossen volledig tegen de vlakte slaan en vervolgens verder trekken. Pure plundering, want dat was de goedkoopste methode. De consument kon drie jaar geleden nog niet kiezen voor 'goed hout'. Nu kan dat wel en dat hout is zelfs niet duurder dan 'fout' hout. Hele doe-het-zelfketens verkopen zelfs niets anders dan FSC-gecertificeerd hout. Op 20 miljoen hectare bos wordt nu al duurzaam hout geproduceerd. En deze bossen blijven dus behouden voor de toekomst!"

Zeven generaties

Siegfried werkt aan nieuwe visies. Zoals 'Generation 7' een plan waarvan de naam afgeleid is van het idee dat duurzaamheid zich uitstrekt over zeven generaties: van die van je overgrootouders tot die van je achterkleinkinderen. "Als je 't alleen over je kinderen hebt, denk je op een te korte termijn. Het idee is simpel. Hier, in Nederland, kunnen mensen eigenlijk alleen geld geven aan natuurbescherming. Maar veel mensen willen méér doen, is mij in de afgelopen 20 jaar gebleken. Zo vaak klopte iemand bij ons aan met 'ik heb 10 PC's over, kunnen jullie er wat mee?'. Of een zakenman gaat op reis naar Japan en vraagt of hij daar nog wat voor ons kan regelen en iemand van 18 wil een jaar lang gratis voor ons werken. Al die mensen moesten we teleurstellen. Natuurbeschermingsorganisaties zijn nou eenmaal niet ingericht om dit soort spontane hulp te kanaliseren. Aan de andere kant is er wél een dringende behoefte aan kunde en kennis van individuen. Neem nu de bosbranden in Kalimantan. De president van Indonesië weet dat probleem niet op te lossen. Maar misschien zit in Mexico wel iemand die alles van brandblussen weet, heeft een Nederlander ervaring met palmolieplantages en een Italiaan kent de geologie van de streek door-en-door. Nu kan al die energie er niet naar toe! We willen lokale mensen hier direct koppelen aan lokale situaties daar. En door internet moet dat nu ook kunnen: direct contact zonder tussenkomst van grote organisaties. Vaak bestaat het beeld dat er hulp van hier naar daar gaat. Maar het is een wisselwerking. Er gaat materieel van hier naar daar, maar er komen immateriële dingen voor terug: waardering, voldoening, zingeving. De essentie is: er zijn duizenden bedreigde plekken en miljoenen mensen die iets speciaals hebben met een paar van die plekken. Dat kan zijn door een vakantie, doordat je er een boek over hebt gelezen, een dochter daar stage heeft gelopen. We moeten de mythe van die plekken benutten, zoals bij Wladiwostok, waar de laatste Siberische tijgers rondlopen. Dat gebied in Oost-Siberië staat op de tocht. China aast op de bossen en visgronden, Japan wil er miljarden investeren. Ik stel me voor dat je op een site een wereldkaart hebt, waarop je een dergelijke plek kunt aanklikken en dan te weten komt wat daar speelt en wat daar nodig is. Vervolgens kun je rechtsstreeks in contact komen met mensen ter plaatse. Via email is dat eenvoudig te realiseren. Wel is er een waarborg nodig om op een geloofwaardige, betrouwbare manier de uitwisseling te organiseren. Daarover zijn we met verschillende partijen aan het puzzelen. De basis is: persoonlijk contact met mensen die je vertrouwt. De problemen zijn immens en vragen om veel meer directe, persoonlijke betrokkenheid. Het gaat er ook om dat in al die prachtige natuurparadijzen gewoon mensen wonen. Mensen met eigen dromen en ambities. Nog helder voor ogen staat mij een meisje van vier die in Ecuador 's nachts bedelde in de stromende regen. Ik realiseerde me dat, als we duurzaam behoud van natuur willen over meerdere generaties, we ook háár een toekomst moeten geven!"

 



top

   
     
 


© v l o e d l i j n - 2000