k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
  t e k s t   c o l o f o n
    h o m e
    s i t e m a p
interviews
  a d r e s g e g e v e n s

 

 

Debat Jaap Dirkmaat - Wouter Helmer

Heggen vlechten of rondstruinen?

Op een prachtige winterse herfstdag strijkt Grasduinen neer op de beboste flanken ten oosten van Nijmegen. Het is mistig, het vriest en randjes rijp omzomen de goud gekleurde beukenbladeren. Zonnestralen breken in waaiers door de nevelen rond de boomkronen. Jaap Dirkmaat verhaalt op het pad tussen zijn woning en het kantoor van Das&Boom enthousiast over de kerkuilen die in de nestkast aan z'n gevel hebben gebroed. "Dat gesis en gekrijs, ik wist niet wat ik hoorde!" De alom aanwezige kastanjes trekken nieuwe doelgroepen voor de natuur, zo blijkt. Jaap: "Turkse families die hier kastanjes rapen, komen bij mij vaak een kopje water lenen. Ik wijs ze de beste plekken, die ik voor anderen geheim houdt. Dat die Tamme kastanjes exoten zijn - ze zijn hier ook nog maar 2000 jaar! - en dat Staatsbosbeheer ze bestrijdt, daar snappen ze natuurlijk geen ene kloot van!"

We debateren binnen urenlang over de toekomst van de natuur in Nederland. Er komen spontaan allerlei onderwerpen ter sprake, we bewandelen zijwegen en doodlopende paadjes om even zo vaak ineens weer op die ene hoofdweg te staan: wat verstaan we onder natuur, welke natuur is de moeite waard, kortom: welk beeld van de Nederlandse natuur moeten we eigenlijk koesteren? Jaap Dirkmaat en Wouter Helmer, de matadoren in het strijdperk, vertegenwoordigen twee uiterste visies als het gaat om een antwoord op deze vraag. Jaap ziet het oude, kleinschalige cultuurlandschap als hoogste ideaal, Wouter een meer natuurlijk, zelfregulerend landschap waarin beheerders zo weinig mogelijk ingrijpen.

De toekomst van ons landschap

Wouter: "Het landschap is voor mij een afspiegeling van hoe de maatschappij omgaat met z'n omgeving. Het is een weerslag van hoe je met de ruimte omgaat en hoe je je daar verantwoordelijk voor voelt. Voor ons begint natuurbescherming dus bij mensen zelf. Het begrip van natuur moet rijker worden dan die nu is. Willen we in 2020 een kwalitatief hoogwaardig landschap hebben, dan moeten we nù beginnen met mensen de natuur te leren zien, niet in termen van soorten of natuurdoeltypen, maar natuur zoals God het bedoeld heeft, in z'n complete rijkdom. In alle maatschappelijke activiteiten kan dat natuurverhaal terugkeren. Wonen, recreatie, veiligheid, delfstoffenwinning: die functies zijn veel beter met natuur te combineren dan we tot dusverre doen. Bij een toekomstgerichte benadering steken we in op die maatschappelijke behoeften. Er zijn drie pijlers onder ons werk: ruimte voor natuurlijke processen, lokale betrokkenheid en economisch draagvlak. Dan kunnen we een totaal ander landschap krijgen, waar ik nu geen blauwdruk voor kan geven. Onze voorbeeldgebieden zijn een middel om mensen bewust te maken van wat er mogelijk is in Nederland. Ze geven een beeld van hoe het kan worden. In elk geval is onze natuur van de toekomst wél vrij toegankelijk. Natuur waar je niet in mag is niet iets begeerlijks. Je voelt je niet betrokken bij iets dat je niet kent. Hier in de Ooijpolder was voorheen een scherpe tegenstelling tussen lokale bevolking en natuurbeschermers. Dat kwam omdat nieuwe natuurgebieden meteen afgesloten werden voor publiek. Dus daarmee was er geen draagvlak voor méér natuur, want die hield vrijheidsbeperking in. En natuur moet juist je vrijheid vergroten."
Jaap, naar buiten wijzend: "Maar hier wordt alles platgelopen, de reeën duiken in paniek in de struiken hier achter."
Wouter: "Dat klopt, want er wordt nog op ze gejaagd. Maar er zijn voorbeelden bekend waar niet gejaagd wordt, zoals in de Oostvaardersplassen, en dan wordt de vluchtafstand een tiende van wat hij nu is. Daarmee wordt een land groter, want dieren hoeven niet tot in uithoeken te vluchten omdat de mens geen vijand meer is. Zo lang de relatie mens-natuur nog niet optimaal is, moet je rustgebieden hebben, eilanden waar vogels kunnen broeden enzovoort, maar grote delen van de Nederlandse natuur kunnen zonder veel problemen opengegooid worden."
Jaap: "Toch wordt er al ik-weet-niet-hoe-lang niet meer gejaagd op dassen en nóg zijn ze bang voor mensen. Onze stem, beweging, silhouet, geur, het zit gewoon in hun genen, de huidige generaties dassen hebben de mens als jager nooit meegemaakt. Maar ze zijn ook eeuwenlang zó zwaar vervolgd. Bovendien: er wordt nu meer gestroopt dan geschoten. En als de jacht uitgebannen wordt, zullen jagers ook gaan stropen. Ik geloof niet in een utopische wereld, je hebt mensen niet aan een touwtje, er zijn er altijd die kwaad willen."

Boeren voor natuur

Jaap: "Inkrimpen va het landbouwareaal ten behoeve van natuur vind ik krankzinnig. Nederland neemt nu al een oppervlakte ter grootte van Frankrijk elders in de wereld in beslag voor veevoer, voedselgewassen, delfstoffen enzovoort. En dan zouden we nu ook nog eens onze boeren naar Canada en Polen jagen, zodat ze daar het landschap kunnen verkloten?
Wouter: "Ja, we moet onze problemen niet op elders afwentelen, daar ben ik het mee eens. Maar nu produceren we wel heel erg veel voedsel. We kunnen ook in Nederland veel meer zelfvoorzienend zijn. Volgens deskundigen is het best mogelijk om met hypermoderne landbouw op een kleiner areaal voldoende te produceren om 16 miljoen monden te voeden. Een landbouw die wat mij betreft wél schoon moet zijn."
Jaap: "Misschien moet ons landbouwareaal wel uitbreiden in plaats van inkrimpen. En moet elke boer verplicht worden 10% van zijn grond in te ruimen voor natuur. (red: Dat betekent 200.000 hectare natuur erbij, dezelfde oppervlakte als die het WNF er sinds 1991 bij wil met nieuwe natuur) Dat kost ons op jaarbasis maar 1,2 miljard gulden. Een fooi in een land waar we drie keer per jaar met 't vliegtuig op vakantie kunnen. Mooi fietspad erlangs, laat iedereen maar een tientje betalen voor dat mooie landschap in z'n eigen omgeving! We zijn hier, rond Groesbeek, al bezig met een proeftuin met aantrekkelijke landschap van heggen en houtwallen. We willen geen subsidie voor die boeren, we willen dat ze voor hun natuurproducten betaald worden. Laat ze maar steenuilen produceren in plaats van bloemkolen. Het is toch maar net waar je als maatschappij prioriteiten legt? Laten we in natuur investeren, want daar hebben we een schuld mee te vereffenen. We hebben dit land namelijk tot op het bot verkloot. In de Hatertse broek, waar mijn liefde voor dassen is geboren, bloeiden vroeger tapijten van bosanemonen en sleutelbloemen. Nu is het bramen, bramen, bramen - met dank aan de verzuring. En die is dan wel met 80% afgenomen, maar de milieuvervuiling moet naar nul! Ik blijf erop hameren: het gaat erom dat wat wij in wetten en afspraken hebben vastgelegd, ook naleven! Ook als het om de zeggekorfslak gaat. Anders hadden we niet moeten afspreken om 'm te beschermen. Dan zegt die prese de televisie: 'Het lijken net muizenkeutels, meneer Dirkmaat'. En dan zeg ik: 'Houdt u van de walvis?' Jaja, natuurlijk. 'Nou, die leven van zulke onooglijk kleine beestjes". (Jaap houdt duim en wijsvinger vlak boven elkaar.)

Van boven of van onder?

Jaap: "Dat Staatsbosbeheer al zijn terreinen nu volledig opengooit is toch een schande! Ze zouden juist moeten zeggen, we gooien al onze terreinen op slot, totdat de overheid voldoende natuur heeft gemaakt, zodat het niet meer vertrapt wordt. Dan moet je eens zien hoe snel ze in Den Haag om zijn! Het is niet aan natuurorganisaties om alle vragen te beantwoorden, om te voldoen aan de vraag naar struinnatuur. De overheid is verantwoordelijk voor de natuur in ons land."
Wouter: "Nee, natuur moet niet van bovenaf, maar van onderaf komen. Politiek wordt door mensen gemaakt . Die onderwerpen die mensen na aan het hart liggen komen ook op de politieke agenda. Ik geloof niet in de overheid als aanjager. Als de Maaswerken 25 man voor communicatie over een veiliger en natuurlijker Maasdal heeft, maken zij een communicatieplan in plaats van te communiceren met de bewoners van het gebied. Het werkt gewoon niet van bovenaf. Je moet van onderop beginnen, in je eigen leven, in je eigen buurt. Daarom werken we lokaal, dicht bij de mensen in een gebied. We hebben nu een café gekocht bij de Millingerwaard. Al 45 mensen verdienen hun brood aan dat nieuwe natuurgebied. Door recreatie, natuurbescherming, kleiwinning. Er moet een economische motor zijn voor dergelijke plattelandsvernieuwining."

Rood of blauw?

Jaap: "We zijn in ons land erg vóór de natuur, vér weg. Maar als je het leger excuses hoort dat mensen aanvoeren om een dier over de rand te duwen, dat geeft mij geen hoop. Laat ze toch hun masker afwerpen. Ik zou zeggen: die 88 met uitsterven dieren die nu verplaatst moeten worden voor de A73, schiet ze maar dood, euthaniseer ze maar! Staatssecretaris Geke Faber van natuurbeheer moet in een mantel van hamsterbontjes op de televsie verschijnen. Dat is pas eerlijk! Leugens en hypocrisie, daar gaat deze polderbeschaving aan ten onder! De otter is er door uitgestorven en de hamster wacht hetzelfde lot en er staan zo eindeloos veel soorten op de rode lijsten!"
Wouter: "Die rode lijsten zijn prima om de vinger aan de pols te houden wat betreft de toestand van de natuur. Maar als je daarvoor alleen soorten die achteruitgaan neemt als graadmeter, kom je in een cirkelredenering. Die bevestigt altijd het doemscenario waar de natuurbescherming vanuit gaat: iedere verandering is een verslechtering. Naast een rode lijst zou er ook een blauwe lijst moeten komen voor de soorten waar het goed mee gaat. Het gaat mij om de hele natuur, het totaal aan soorten en systemen. Ik probeer niet te denken 'wat was de plek van de otter in het landschap van 1900', want dat landschap is niet meer relevant, maar: 'wat kan zijn plek worden in het landschap van de toekomst'. Het is niet juist dat het Nederlandse landschap rond 1900 de grootste biodiversiteit en biomassa had in de geschiedenis. Het was wél rijk ten opzichtte van de jaren die daarna kwamen. Maar wat daarvoor was, daar weten we heel weinig van. Door ons vast te ketenen aan het beeld van 1900, wordt elke den die nu op een heideveld opslaat, er direct afgeslagen. Valt er een gat in het bos en komt daar spontaan heide op, dan moeten we dat gelijk inplanten, want dat verplicht de boswet. Statische uitgangspunten zitten in de natuurbescherming verankerd. In een natuurlijk landschap gaan bos en grasland geleidelijk in elkaar over. Door ons te fixeren op natuurdoeltypes zorg je voor versnippering van systemen. Het kost de belastingbetaler nu geld om bos bos te houden en grasland grasland. En de natuur werkt zo niet. Als je gebied nou maar groot genoeg is, heb je alle vegetatietypen daarbinnen in steeds wisselende patronen.""

Tuinieren op het tafelblad

Jaap: "Als je Wouter een stukje grond geeft zo groot als deze tafel en hij doet niets heeft hij na een jaar twee soorten planten. En ik, als ik ga tuinieren, heb er 200."
Wouter: "Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Onze voorbeeldgebieden bewijzen het tegendeel.
Jaap: "Ach man, ik kan in een voliére toch zoveel soorten proppen als ik wil? Ik kan toch bepaalde soorten bevoordelen? Het arcadische landschap is veel rijker aan soorten dan de oernatuur. Ik koester een moment in de geschiedenis waarin de mens niet verarmend werkte op het landschap. Barstende hoeveelheden van die rode-lijst soorten waren er toen."
Wouter, schamper: "Ja, daarom zijn het nu ook rode-lijst soorten."
Jaap: "Als je de natuur haar gang laat gaan krijg je één groot beukenbos. Als je daar in kapt en eiken plant, krijg je korstmossen, schimmels, vlinders en de hele reutemeut die bij eiken hoort. Om op de beperkte ruimte die wij in Nederland hebben levensvatbare populaties in stand te houden heb je gekoesterde tuinnatuur nodig. In een natuurlijke situatie heb je enorme oppervlaktes nodig om levensvatbare populaties te behouden. Ik ben wel 'ns naar het natuurlijke biotoop van de hamster geweest, de Poesta in Hongarije. Daar zit 1 hamster op 1000 hectare. Tegen 100.000 hamsters op dezelfde oppervlakte in een rijk akkergebied! De dichtheden nemen zo toe omdat de mens voor zoveel stapelvoedsel zorgt. Zoals de dichtheid aan regenwormen voor de das hoger is in een bemeste weide dan in een natuurlijk grasland. Je kunt zo soorten bewust voortrekken. Van nature leefden hier misschien wel geen zandhagedissen of nachtzwaluwen, omdat er in Nederland helemaal geen zandverstuivingen en kaalkappen waren. En nu die er wél zijn, hebben we daar een zorgplicht voor. Die hebben we onszelf opgelegd in wetten. En daar probeer ik de overheid aan te houden. Misschien was Nederland inderdaad wel dat nare, stinkende moeras waar de Romeinen over schreven."
Wouter: "Jaap suggereert dat de mens in staat is om te doen wat voor de natuur goed is. En dat is een hele bedenkelijke redenering. Mij gaat het om de hele natuur van de kleinste bacterie tot het grootste roofdier. Die soorten zijn niet pas ontstaan toen de mens verscheen. Die hadden allemaal hun plaats in een natuurlijk landschap. De grutto kwam van nature in lage dichtheden voor in laagvenen en nu in hoge dichtheden in cultuurgrasland. Als je 't over wolven en beren hebt, is zelfregulerende natuur in Nederland verrekte moeilijk. Maar we praten nu over natuurgebieden in ons land die met krukken en kunstgebit in stand worden gehouden. Er zijn veel meer zelfregulerende systemen mogelijk waar zeearend, das en wild zwijn terugkeren. Honderden insecten profiteren van de terugkeer van grote grazers. We krijgen nog wel niet het hele scala aan soorten, maar wel tien keer meer dan we hadden.
Jaap: "Maar de meeste mensen houden van vertrouwde, geborgen landschappen, met heggen en houtwallen, met een menselijke maat, met een verankering in de geschiedenis."
Wouter: "Dat was wel zo, maar je ziet dat dat aan het schuiven is. Tegenwoordig vindt nog maar 15% een kleinschalig cultuurlandschap het summum, en 70% ruige struinnatuur, zo blijkt uit enquetes."

Weg met de dierenambulance

Jaap: "Voor mij was natuur een vlucht uit die misère thuis. Mijn eerste ervaring was natuur in de stad, egeltjes in de tuin. Een ransuil die tegen de volle maan de darmpjes uit een muis zat te trekken. Het eerste wat je wil is dat er meer kinderen zoals wij, Dirkmaten en Helmers ontstaan. Daarvoor moet je mensen overal met natuur confronteren: waar men woont, werkt, winkelt. Mensen moeten zich niet meer kunnen onttrekken aan de natuur. De natuur moet naar de mensen toekomen. Dat kan ook, want nu staan in plantsoenen stomme dingen. Laat de orchideeën maar bloeien tussen de bedrijfsterreinen, zorg voor uitbundig bloeiende bermen waarin mensen volop kunnen plukken. Je moet mensen confronteren met natuur zo gauw ze de deur uitkomen. Daarom ben ik ook zo tegen de dierenambulance. Laat mensen maar zelf klooien met die gierzwaluw die onder het dak vandaan is geknetterd. Laat kinderen maar huilen om dat dode egeltje. Dat kweekt werkelijk betrokkenheid. Natuur in de stad wordt een echt speerpunt voor Das&Boom. En mensen leren spelen met de natuur. Als je dit-en-dat doet in je tuin dan krijg je die vlinder. Lijkt me leuk. Als je de stad uitfietst moet je niet in een kale agrarische steppe terechtkomen, maar in een fijnmazig, met leven dooraderd landschap. Zo kun je ook beter staduitbreidingen tegenhouden. Overal groene gordels omheen. Dan worden we zuiniger op de ruimte. Dat zijn we nu niet. Zolang de goedkoopste grond in Nederland bosgrond is, terwijl bos een schaars goed is, deugt er iets niet. Als ik wist dat bedrijfsleven en overheid van goede wil waren, wilde ik nog wel geloven in nieuwe natuur. Maar wat is de teneur nu? We tasten kwetsbare natuur aan, omdat het elders weer te realiseren is. 'Natuur als opklapbed' zoals Koos van Zomeren het noemt. Je klapt het hier op en zet het daar weer neer. Zo werkt het dus niet. Daarom botsen Wouters en mijn belangen regelmatig. Vanuit de euforie van natuurontwikkeling laten ze beheer achterwege en gaat de zwarte rapunzel hier op de Duivelsberg kapot. Natuurbeheer kan veel goedkoper vinden de organisaties, ze zetten overal grote grazers in en ze hoeven niet meer te maaien en te plaggen. Onzin! Drie keer per jaar vliegen betekent zoveel stikstof over een heideterrein, dat je moet blijven werken! Anders gaat alles naar de knoppen."

Sombere feiten

Wouter: "Veel sombere feiten waar Jaap mee komt, zijn waar. Hij legt z'n vinger op zere plekken. Maar waar speel je op in als natuurbeschermer, dat is voor mij de vraag. Op al die dingen die fout gaan? Wat Das&Boom doet vind ik zinnig, maar voor mezelf vind ik het motiverender om mooie dingen na te laten voor m'n kinderen en kleinkinderen. De taak van de natuurbescherming is om met goede verhalen te komen. Wervende verhalen, waar mensen enthousiast van worden, bezieling uit halen. Zoals Jaap met zijn das. In 1989 hadden we 2,5 hectare Millingerwaard en een stoutmoedig scenario voor duizenden hectares riviernatuur in de Gelderse Poort. Toen verklaarde men ons voor gek. Maar al in 1998 hadden we ons doel voor 2000 gerealiseerd. Dat stemt mij dus niet pessimistisch. Ja, je moet je wel bewijzen. Voordat mensen doorhebben waar je mee bezig bent, ben je wel een aantal jaren verder. "
Jaap: "Ik ben een vechter, Wouter niet. Hij heeft een gelukkige jeugd gehad in een groene goudkustwijk. Ik woonde in de nieuwbouw, heb mijn moeder verloren toen ik nog klein was, had een strenge vader en werd gepest op school. Ik heb een gereformeerde achtergrond, Wouter een katholieke. Hij zag al tien jaar eerder in dat vechten niks oplevert. We staan nu met Das&Boom in feite schaakmat. We houden de bulldozers wel tegen, maar we komen ook niks vooruit. Eigenlijk hebben we de strijd verloren, we staan ook volkomen geïsoleerd in het natuur- en milieuwereldje. Ik heb al op zoveel slagvelden strijd geleverd, want ik geef pas op als ik alles geprobeerd heb. Dat heb ik van huis uit meekregen: nooit opgeven. Nu gaan we ondergronds. We plegen op een subtiele manier verzet, niet vanuit de wet of een beestje. Maar door het positieve te laten zien, door sloten en vlechtheggen aan te leggen en te laten zien hoe mooi het landschap dan wordt. Het ziet er naar uit dat Das&Boom in z'n geheel die kant op zal gaan. Waarbij we ook nog altijd kunnen slaan, maar dat steeds minder zullen doen."

Portretten

Jaap Dirkmaat

Jaap Dirkmaat is met zijn scherpe en pakkende uitspraken uitgegroeid tot Nederlands' bekendste natuurbeschemer. Hij haalde volop de pers met de caravan-wake door bekende Nederlands bij de laatste korenwolven van Nederland. Verder was hij bij de laatste verkiezingen lijsttrekker van de Groenen, (wat die partij overigens geen zetel opleverde) Maar Dirkmaat is vooral befaamd als oprichter van en stuwende kracht achter Das&Boom. Een vereniging die de reputatie heeft strijd te voeren tegen elke wegomlegging. Het zoekt de confrontatie in de rechtszaal en beroept zich daarbij op de vele wetten en internationale verdragen die allerlei dieren beschermen. Met name politici en ondernemers in Limburg krijgen hoofdpijn als ze zijn naam horen. Geboren in 1958 in Hilversum, verhuisde Jaap als éénjarige naar Nijmegen. Kwam daar opponent Wouter Helmer 20 jaar later tegen bij de jeugdbond voor natuurstudie. Toen had Jaap al een clubje geformeerd dat zich inzette voor de dassen in het Hatertse Broek, een landgoed aan de rand van nieuwbouwwijk Dukenburg, waar Jaap opgroeide. Richtte na zijn vervangende dienstplicht bij het RIN (Rijksinstituut voor Natuurbeheer, nu Alterra) in 1981 Das&Boom op. Eind jaren '80 nam hij personeel aan en inmiddels werken bij hem 24 mensen tegen minimumloon - échte idealisten dus. Das&Boom begon met de bescherming van dassen en de opvang van verweesde dasjes en is inmiddels uitgegroeid tot een "Vereniging voor bescherming van bedreigde diersoorten en hun leefmilieu" met 9000 leden. Bij zijn huis bouwde Jaap een miniatuur-landschapje, Madurodas geheten, waar een stoomtreintje door heen loopt. Het weerspiegelt zijn ideale landschap: kleinschalig, met heuvels, heggen en houtwallen, een middeleeuws kerkje, vee en een oude dorpskroeg. Het is ook duidelijk waar Jaap z'n inspiratie heeft opgedaan: Dartmoor. Tot in details is het een Engels landschap: zelfs de speelgoed Landrovers staan op de linker weghelft. Toch heeft Jaap net als Wouter geen rijbewijs en auto, vliegt zelden en kleedt zich losjes, informeel. Versobering spreekt ze beide aan. En ook in de warmte waarmee ze over ervaringen met dieren spreken, klinkt, ondanks alles, verwantschap door. Jaap woont samen met zijn vriend en daarom is zijn lidmaatschap van de Chisten-Unie opmerkelijk: "Omdat uit onderzoek van Natuur&Milieu bleek dat deze partij het groenst stemt in de Tweede kamer, zelfs meer milieuvriendelijk dan Groen-links dus."


Wouter Helmer

Veel minder bekend dan Jaap Dirkmaat, maar heeft desondanks waarschijnlijk een grotere invloed op het aanzien van Nederland. Zijn innemende, jongensachtige uitstraling - geruite blouse - doen een basisschoolonderwijzer vermoeden: eentje die vaak leuke dingen onderneemt met zijn klas. Je ziet in hem niet direct de succesvolle 'macher' die grootse dingen voor elkaar krijgt. Geboren in 1960 op de Heilig Landstichting bij Nijmegen, waar hij lid werd van de NJN en biologie studeerde. Tijdens zijn studie deed hij een sociologisch onderzoek naar het functioneren van de milieubeweging. Wouter: "Milieu-organisaties gingen te veel uit van een doemscenario, waarin de mens slecht is en zijn schuld kan afkopen. Bovendien waren ze te veel bezig zichzelf in stand te houden. Het roer moest om, maar hoe?". In 1988 ging Wouter er een jaar tussenuit om zich te bezinnen. Door veel te lezen, te praten met mensen met een visie op het landschap en boeddhistische oefeningen te doen. Hij richtte vervolgens in 1989 met Willem Overmars en Gerard Litjens bureau Stroming en Stichting Ark op, waar nu meer dan 35 mensen werken. Stichting Ark beheert tientallen natuurgebieden, met name langs de grote rivieren en beken. "In voorbeeldgebieden laten we zien wat we bedoelen. Je kunt wel decennia lang blijven discussiëren over een juiste visie op natuur. Maar je droom kun je het beste realiseren door er iets van te laten zíen". Wouter schreef mee aan de toekomstvisies Gelderse Poort (1990), Grensmaas (1991), Levende rivieren (1992), Meegroeien met de zee (1996), Veters los (1997), Nieuw Rotterdams peil (1997) en Bergen van Water (2000). Deze plannen zijn voor het merendeel omarmd door het Wereld Natuur Fonds en sijpelen op allerlei niveau's door in het overheidsbeleid. Onder andere daardoor is Nederlands' natuurareaal de afgelopen tien jaar met bijna 60.000 hectare gegroeid. Niet alleen letterlijk, in aantallen hectares, maar ook overdrachtelijk krijgt moeder natuur de laatste tien jaar meer ruimte. Begrazing, het opengooien van natuurgebieden, natuurlijke verjonging, ruimte voor de werking van wind en water en het opruimen van prikkeldraad worden één voor één werkelijkheid. Verstopt in een bos bij Nijmegen (Heilig Landstichting) woont Wouter met zijn vriendin en twee dochters (6 en 8) in een voormalige boswachterswoning. Van dat huis droomde hij al in de tijd dat hij als tienjarige nog salamanders ving met de zoon van een jager.

Kaders: de toestand van de Nederlandse natuur

Kader 1 Zoogdieren

Zeehond
1975: 430
2000: 2400

Das
1980: 1200
2000: 3000

Otter
1980: 200
2000: 0

Korenwolf
1975: 1000+?
2000: 5 ?

Vleermuizen 21
Rode lijst: 9 (42%)
Beschermd: 100%

Overige zoogdieren 34
Rode lijst: 16 (47%)
Beschermd: 91% (niet: bruine rat, zwarte rat, huismuis)


Kader 2 Vogels

Grutto (in broedparen)
1980: 100.000
2000: 50.000

Ooievaar
1975: 5
2000: 300

Vogels 258
Rode lijst 1979: 85 (33%)
Rode lijst 1994: 57 (22%)
Beschermd: 100%

Van de 54 schaarse en zeldzame
broedvogelsoorten (< 1000 paar) zijn er van 1975 - 2000
Toegenomen: 25
Afgenomen: 21
Gelijk gebleven: 8


kader 3: Rode lijsten en bescherming (eventueel op te splitsen)

Reptielen 7
Rode lijst: 6 (86%)
Beschermd 100%

Amfibieën 16
Rode lijst: 9 (56%)
Beschermd 100%

Zoetwatervissen 45
Rode lijst 24 (53%)
Beschermd: 12 (27%)

Spinnen 582
Rode lijst: 0 (0%)
Beschermd: 0 (0%)

Libellen 70
Rode lijst: 28 (40%)
Beschermd 8 (11%)

Dagvlinders 67
Rode lijst: 30 (44%)
Beschermd: 19 (28%)

Kevers 3000
Rode lijst: 5 (0,17%)
Beschermd: 5 (0,17%)

Krekels en sprinkhanen 45
Rode lijst 20 (44%)


Kader 4 Rode lijsten planten

Hogere planten 1450
Rode lijst 580 (40%)
Beschermd: 66 (0,45%)

Korstmossen 695
Rode lijst 326 (47%)
Beschermd: 0 (0%)

Paddestoelen 3502
Rode lijst 1655 (47%)
Beschermd: ?? mag de redactie even uitzoeken

Kader 5: oppervlaktes Natuur & Bos

Bos oppervlakte
1977: 279.000
2000: 343.000
+ 64.000 hectare (23%)

Natuur (inclusief Bos)
1990: 590.000 hectare = 16% van Nederlands landoppervlak (ex. grote wateren)
2000: 650.000 hectare = 18% van Nederlands landoppervlak (ex. grote wateren)
Bebouwd: ongeveer 5% van Nederland

 

top

   
     
 


© v l o e d l i j n - 2000