k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
    c o l o f o n
    h o m e
    a d r e s g e g e v e n s
     

 

 

Domweg gelukkig op de Wadden

Bestaat er een recept voor gelukkig worden? Jazeker. Mijn zoon las de ingrediënten in een boek van de Italiaanse muis Geronimo Stilton: geduld, humor, liefde, optimisme, vertrouwen in jezelf en de ander en een handvol échte vrienden. Ik zou er nog eentje aan toe willen voegen: genieten van het gewone. Zeker nu. Lente in de lucht! Hét seizoen om je zintuigen op scherp te zetten: kijk, voel, proef, ruik. Zet je poriën wijd open. Maak je harde schijf even leeg en absorbeer de magie van het alledaagse…

Vanuit mijn zolderkantoor hoor ik nu bijvoorbeeld een meeuw roepen. Preciezer: een kleine mantelmeeuw. In 1926 broedde deze noordelijke vogel voor het eerst in Nederland. Tegenwoordig zijn het de meest algemene zeemeeuwen van ons land, die ook steeds vaker landinwaarts opduiken. Maar gewoon? Ooit gezien hoe moeiteloos ze meedrijven met de wind, hoe elegant ze vliegen met hun lange, smalle vleugels? Hoe sierlijk ze zijn met hun slanke hals en kop, ranke gele poten en snavel? Hoe alert hun ogen ogen dankzij zwarte pupil, lichtgele iris en rode oogring? En vooral: hoe hun rauwe, zware meeuwenroep je in gedachten mee kan nemen naar de Wadden?

Zon, zee en zout. Zilveren flonkers op de golftoppen. Meeuwen schreeuwen boven het opspattende zeewater. Wapperend haar, een klapperend vlaggenkoord. Het geruststellende ruisen van de zee, die babbelt, kabbelt, ruist, bruist of briest. Strandvondsten langs de vloedlijn: een krabbetje, een kwal, een zwaardschede, een plank, een net, hé een wodkaflesje met Russisch etiket. Zandkorrels tussen je tenen. De golven omspoelen je benen, kietelen je kuiten. Zout op je huid.

Licht, lucht en leegte. Spiegelingen van wolken in de twijfel tussen land en water op het wad. De misthoorn-achtige roep van eidereenden, de spectaculair van vorm verschietende wolken van duizenden vliegende strandlopers. Fietsen over slingerende schelpenpaden, duinen op en af. Zeedennen geuren, helmgras wuift op bleekgele duintoppen. De schommelende vlucht van een kiekendief tussen de duinen. Knabbelen aan knapperig-zoute zeekraal. En de lucht is blauw, zó blauw. Ongrijpbaar blauw, onbenoembaar blauw, euforisch stemmend blauw.

Wadden, wolken en wind. En, niet te vergeten, schapen. Op bijna alle waddendijken zie je schapen. Ik zie mezelf liggen op zo'n dijk, kauwen op een grashalm, luisteren naar het te-piet van overvliegende scholeksters. Ik kijk uit over het binnendijkse landschap: sapgroene weiden, bestrooid met zwartbont vee en schapen. Kop-hals-rompboerderijen, vergezeld door enkele kromgewaaide bomen. Een zwart Fries paard graast in de verte. Nog verder aan de einder torent een eeuwenoude kerktoren uit boven boomkronen.

Vakantie, voorjaar en vrijheid. Daar wordt je vrolijk van, verrukt. Alleen hiér en nú tellen. Ver in het land fietst iemand. Een vrouw. Maar jong of oud: geen idee. Misschien maar beter ook dat de afstanden hier zo ongenaakbaar zijn. Noordelijke vrouwen weten oprispende warme gevoelens effectief te blussen met een ontnuchterend aardse tongval. Rauwe vrouwen, schreeuwende meeuwen: dat zal wel ter compensatie zijn van de wonderlijke magie die hier in de weidse wolkenlucht schuilt. Had ik het over genieten van het gewone? Als je goed kijkt, blijkt alles ongewoon…

Bestaat er een recept voor gelukkig worden? Jazeker. Mijn zoon las de ingrediënten in een boek van de Italiaanse muis Geronimo Stilton: geduld, humor, liefde, optimisme, vertrouwen in jezelf en de ander en een handvol échte vrienden. Ik zou er nog eentje aan toe willen voegen: genieten van het gewone. Zeker nu. Lente in de lucht! Hét seizoen om je zintuigen op scherp te zetten: kijk, voel, proef, ruik. Zet je poriën wijd open. Maak je harde schijf even leeg en absorbeer de magie van het alledaagse…

Vanuit mijn zolderkantoor hoor ik nu bijvoorbeeld een meeuw roepen. Preciezer: een kleine mantelmeeuw. In 1926 broedde deze noordelijke vogel voor het eerst in Nederland. Tegenwoordig zijn het de meest algemene zeemeeuwen van ons land, die ook steeds vaker landinwaarts opduiken. Maar gewoon? Ooit gezien hoe moeiteloos ze meedrijven met de wind, hoe elegant ze vliegen met hun lange, smalle vleugels? Hoe sierlijk ze zijn met hun slanke hals en kop, ranke gele poten en snavel? Hoe alert hun ogen ogen dankzij zwarte pupil, lichtgele iris en rode oogring? En vooral: hoe hun rauwe, zware meeuwenroep je in gedachten mee kan nemen naar de Wadden?

Zon, zee en zout. Zilveren flonkers op de golftoppen. Meeuwen schreeuwen boven het opspattende zeewater. Wapperend haar, een klapperend vlaggenkoord. Het geruststellende ruisen van de zee, die babbelt, kabbelt, ruist, bruist of briest. Strandvondsten langs de vloedlijn: een krabbetje, een kwal, een zwaardschede, een plank, een net, hé een wodkaflesje met Russisch etiket. Zandkorrels tussen je tenen. De golven omspoelen je benen, kietelen je kuiten. Zout op je huid.

Licht, lucht en leegte. Spiegelingen van wolken in de twijfel tussen land en water op het wad. De misthoorn-achtige roep van eidereenden, de spectaculair van vorm verschietende wolken van duizenden vliegende strandlopers. Fietsen over slingerende schelpenpaden, duinen op en af. Zeedennen geuren, helmgras wuift op bleekgele duintoppen. De schommelende vlucht van een kiekendief tussen de duinen. Knabbelen aan knapperig-zoute zeekraal. En de lucht is blauw, zó blauw. Ongrijpbaar blauw, onbenoembaar blauw, euforisch stemmend blauw.

Wadden, wolken en wind. En, niet te vergeten, schapen. Op bijna alle waddendijken zie je schapen. Ik zie mezelf liggen op zo'n dijk, kauwen op een grashalm, luisteren naar het te-piet van overvliegende scholeksters. Ik kijk uit over het binnendijkse landschap: sapgroene weiden, bestrooid met zwartbont vee en schapen. Kop-hals-rompboerderijen, vergezeld door enkele kromgewaaide bomen. Een zwart Fries paard graast in de verte. Nog verder aan de einder torent een eeuwenoude kerktoren uit boven boomkronen.

Vakantie, voorjaar en vrijheid. Daar wordt je vrolijk van, verrukt. Alleen hiér en nú tellen. Ver in het land fietst iemand. Een vrouw. Maar jong of oud: geen idee. Misschien maar beter ook dat de afstanden hier zo ongenaakbaar zijn. Noordelijke vrouwen weten oprispende warme gevoelens effectief te blussen met een ontnuchterend aardse tongval. Rauwe vrouwen, schreeuwende meeuwen: dat zal wel ter compensatie zijn van de wonderlijke magie die hier in de weidse wolkenlucht schuilt. Had ik het over genieten van het gewone? Als je goed kijkt, blijkt alles ongewoon…


   
 

   
 


© v l o e d l i j n - 2 0 0 6