k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
    c o l o f o n
    h o m e
   
    a d r e s g e g e v e n s

 

 

Over de slimme vos en een dom kabinetsbesluit

In de sneeuw ligt een vos. Een prachtdier met z'n warm-oranje vacht, zwarte sokken en volle staart met witte lont. Warm bloed sijpelt uit z'n vacht in de koude sneeuw: deze vos is er een van de 14.000 die in 2001 werd gedood.

Minister Veerman en de Tweede kamer hebben twee weken geleden de vos al weer aangemerkt als bejaagbare soort, terwijl hij nog maar net (vanaf 1 april) bescherming genoot. Terwijl het toch fantastisch is dat ons
verstedelijkte land zo rijk is aan vossen? Ze zijn toegenomen tot zo'n
30.000 dieren, terwijl dat er in 1975 nog 7000 waren. (En dat vonden de
jagers toen al té veel - het jaarlijks afschieten van vele duizenden vossen heeft ze dus niet effectief teruggedrongen.)

De vos is zo succesvol, omdat hij zo voorzichtig en veelzijdig is. Door de jacht is hij erg op z'n hoede voor de mens en zien we hem dus maar zelden. En hij is veelzijdig: voelt zich in alle landschappen thuis, zelfs in de grote steden. In Den Haag zijn maar liefst 15 burchten gevonden, zelfs onder het openluchttheater in het Zuiderpark. En vossen zijn nauwelijks kieskeurig: ze eten insecten, kikkers, eieren, jonge vogels, muizen en konijnen, maar ook fruit, aas en afval. Een van zijn belangrijkste prooien is de regenworm, die sterk is toegenomen door de zware bemesting van onze gazons en weilanden.

Als boeren minder vossen willen: stoppen met bemesten dus! Want tja, een vos grijpt ook wel 'ns een kip, een eend of een tam konijn. Maar dat is vooral een kwestie van het hok goed dichthouden. Huiskatten en honden doden bovendien meer kleinvee. Het is 'all in the game' dat een boer soms schade heeft van de natuur: zware slagregens, droogte, ganzen of een vos.

Kan de vos een bedreiging zijn voor de lokale vogelstand? Zeker: lepelaars broedden in het Naardermeer op de grond en toen de vos er binnendrong was in 1988 de hele kolonie verdwenen. Erg? Nee, de lepelaars weken vooral uit naar de Waddeneilanden en namen daarna zelfs sterk toe: van 400 paar tot meer dan 1000 in 2001. Waar lepelaars met vossen te maken kregen, zijn ze in bomen
gaan broeden en konden ze zich handhaven.

Sommige diersoorten nemen af en andere soorten nemen toe door allerlei, deels onbekende factoren. In de afgelopen 25 jaar is bijvoorbeeld ruwweg 30% van de Nederlandse broedvogels toegenomen, 30% afgenomen (vooral weidevogels) en ongeveer 40% bleef stabiel. Een veranderend land zorgt voor een veranderende vogelstand. Waarom kunnen we dat niet gewoon accepteren?
Waarom moeten succesvolle soorten bestreden worden en zeldzame
gesubsidieerd? We willen kennelijk de dienst uitmaken in de natuur,
zogenaamd omdat dat zo goed voor haar is, maar in werkelijkheid om onze eigen hobby's uit te leven.

Als laatste - dreigende - strohalm in hun argumentatie komen jagers met de gevaren van vossenlintworm en hondsdolheid voor de bevolking. Uit onderzoek in Duitsland blijkt dat alleen jagers (die immers als enige met hun handen aan dode vossen zitten) de eitjes van de vossenlintworm bij zich dragen en verspreiden. De jacht op vossen werkt ook averechts tegen hondsdolheid: de leeggeschoten territoria worden opgevuld door zwervende vossen en dat bevordert de verspreiding van virussen.

Geef het nou maar toe, jagersjongens: het is gewoon lekker om op vossen te jagen (kwestie van adrenaline en mannelijk hormoon), maar dat kan ook met een camera in de hand. De vos op de lijst van schadesoorten zetten is een klassieke politieke oplossing: het helpt niet bij het oplossen van een 'probleem' - als daar al sprake van is - maar een groep belanghebbenden is tevreden gesteld. Ik hoop dat dit het allerallerdomste besluit van dit kabinet is, anders zijn CDA en VVD geïnfecteerd door het LPF-virus - en dat lijkt me erger dan hondsdolheid.

   
 

   
 


© v l o e d l i j n - 2003