|
|
Over lichaamswarmte, goede voornemens
& beste wensen...
Ik ga niet vreemd in 2003. Dit zou eigenlijk
een column worden over goede voornemens: daar heb ik er namelijk
elk jaar weer te veel van - deze keer een dikke 30 - en misschien
kon u er wel eentje van me overnemen. Of doet u niet aan goede voornemens?
Daar begrijp ik dan niets van! Bent u al àf of heeft u de
moed gewoon opgegeven? Of, en dat zou ik het enige bevredigende
antwoord vinden, werkt u voortdurend aan uw betere ik en hangt u
dat niet op aan 1 januari?
Terug naar mijn eerste voornemen, dat
meteen al onder een zekere spanning kwam te staan. Ik zag gisteren
bij de zuivel in de supermarkt een moeder - typisch eigenlijk dat
dat woord geen aantrekkelijk beeld oproept, terwijl er toch zoveel
prachtige moeders zijn - van een kind op de basisschool van m'n
zoons. Mijn hart stroomde opeens over van warmte: wat een vrouw!
(Een gedetailleerde beschrijving laat ik maar achterwege om niemand
in verlegenheid te brengen.)
Ik had haar gelukkig nieuwjaar kunnen
wensen, kunnen zoenen, kunnen omhelzen, tegen me aan kunnen drukken.Maar,
en dat dilemma heb ik altijd met beste wensen: kunnen die op 4 januari
nog wel? En hoe goed moet je elkaar daarvoor kennen? Kun je die
verdomd obligate wensen wel cadeau doen, terwijl je helemaal niet
weet in welke, mogelijk afschuwelijke, situatie de ontvanger zit?
Ik weet vrijwel niets van deze vrouw, want veel verder dan welwillend
glimlachen en 'hallo', kom ik meestal niet in de school-wandelgangen.
(Ik heb talloze relaties die het hoi-stadium nog niet zijn ontgroeid.)
Wie weet heeft ze kanker of ligt ze in scheiding. Ja, het gaat vast
niet goed met haar en ze hunkert natuurlijk naar een arm om haar
heen in deze kille wereld - wij kunnen hier toch wel een eilandje
maken van warmte en menselijkheid op deze koude vloer?"
Maar zijn mijn beste wensen, mijn warme
gevoelens wel oprecht? Of wil ik alleen maar lichaamswarmte binnenhalen,
omdat ik zélf chronisch gekoesterd wil worden? Ik sla rechtsaf
naar de kaas in de hoop dat ze mij niet ziet en peins nog wat. Eerst
moet ik weten wat ik wil. In elk geval Bressot en twee zakjes raspkaas.
Vanuit een volgend gangpad steekt haar kar uit, herkenbaar aan de
rode tas aan haar haak - ik zie alleen haar handen. Kortere vingers
dan ik gedacht had. Mooie, lieve, gevoelige handen. Ik zwenk een
ander gangpad in, want ik heb nog steeds geen fatsoenlijke openingszin.
Allerlei gedachten buitelen over elkaar heen. Waar zou zij nou wakker
van liggen? Wat zijn haar dromen en ambities? Waarom zijn er toch
ook zóveel leuke, warme, mooie, boeiende, intrigerende, spannende
vrouwen op de wereld?
Ik zie mezelf weer fietsen naar de middelbare
school in Enschede. Op de Keppelerdijk komen dorpsmeisjes in beeld
die ik kende van onze gereformeerde kerk. Wat te doen? Stoer en
dus snoeihard voorbij fietsen? En dan wél of juist niet groeten?
Achter ze blijven fietsen op ruime afstand? Een andere route dan
maar? Voordat ik me uit deze gordiaanse knoop bevrijd had, was ik
inmiddels wel een paar slopende kilometers verder. De magie tussen
mij en de meisjes bleef zo in elk geval wel overeind.
"Hee, hoi papa van Kjelt, ik weet
je naam even niet meer", hoor ik ineens vlak achter me - op
opgewekte, intense toon. Ik kijk verwilderd om me heen. M'n blik
kruist de hare in een flits en ik zeg wat schaapachtig 'da-hag'
om snel iets uit het schap te pakken dat ik niet nodig heb. Dus
dat komt allemaal best in orde met dat eerste voornemen.
|
|
|