|
Scouting
Hij loopt de beboste heuvel op - vér voor ons uit. Dapper
doorstappend en glunderend omkijkend: m'n jongste zoon Jitse wil
kennelijk demonstreren dat hij sinds kort bij de padvinderij zit.
Wat trok me destijds nou zelf precies bij de welpen en verkenners?
Wat doet een dromerige einzelgänger in een groep waarin - zoals
meestal bij jongens - een scherpe competitie heerst: wie is sterk,
wie durft veel, wie heeft de lachers op zijn hand? We moesten soms
halsbrekende toeren uithalen - touwbruggen bouwen en in bomen klimmen.
Daarbij liep ik als vrij onhandige kneus de nodige fysieke schade
op, waaronder een gebroken arm. En ik moest eens op blote voeten
door de brandnetels lopen, om een vlot door het bos te sjouwen.
Mentale pijn deed het dat een jongen met minder padvinderservaring
- maar meer zelfvertrouwen - onze nieuwe assistent patrouille leider
werd.
Dat ik desondanks dat toch maar weer elke zaterdagmiddag naar 'Het
Zaandhoes' fietste in de Zandbergen. Tweede helft jaren '70, de
Teylersgroep in Losser. Ik hoor de wind weer in de dennen, zie het
gemoedelijke Twentse riviertje de Dinkel slingeren langs het schrale
zand van de rivierduinen. Lange fietstochten met bagage om op kamp
te gaan in Duitsland of Drente; kaart en kompas, insignes die je
kon verdienen. Knapperend kampvuur, waar wij rondom zaten te staren
in de vlammen en zongen: 'hoor het zingen van het vuur, in 't geheimzinnig
avonduur.'
En tja, jongens onder elkaar. Ik kreeg er als grasgroene 11-jarige
de eerste porno-boekjes onder ogen. Enkele oudere verkenners deden
zelfs eens een masturbatie-wedstrijd: wie het verst kon spuiten.
Wij fluisterden daar met rode oortjes over - de leiding mocht er
natuurlijk geen lucht van krijgen.
Van palen en tentdoek bouwden we zelf een keuken, waarin we enorme
lappen zeer zoute spek bakten of 10 boterhammen achter elkaar verorberden
- jongens maken overal competitie van. De grootste kick vond ik
de droppings, vlag veroveren en vooral: de nachtoefeningen. We werden
dan in het holst van de nacht gewekt, omdat er enkele van ons ontvoerd
zouden zijn. De adrenaline gierde door je lijf als geluidloos tussen
de donkere bomen probeerde te sluipen, alert op ieder geluidje en
lichtpuntje.
Scouting is op vele manieren in te vullen, van knutselen tot knokken.
'Scouten' is eigenlijk opsporen - denk aan de talent-scouts. Dus:
je pad vinden door het landschap te lezen aan de hand van bodemsoort,
reliëf en diersporen, te kunnen overleven in de natuur - welke
bessen en paddestoelen zijn eetbaar? - het interpreteren van wolkenluchten
voor de weersverwachting en de sterrenhemel voor je oriëntatie.
Avontuur en natuur, alert buiten zijn en kameraadschap ontwikkelen:
op die manier is scouten toch de mooist denkbare 'sport'?
Uniformen. Discipline. Mannen. Het hijsen van de vlag. De link
met militarisme werd nog al eens gelegd. Oprichter Baden-Powell
was immers een Britse legerofficier - hij trok zelfs ten strijde
tegen 'onze' boeren in Zuid-Afrika. In Assen werden we eens voor
Hitlerjugend uitgescholden. Jitse's moeder heeft er daarom nog wel
wat gemengde gevoelens bij. Jitse ziet het probleem niet: "Dat
komt omdat jij aan padvinderij denkt. Je moet gewoon Scouting zeggen."

|