|
|
Onderweg naar Pasen
De gemiddelde Metrolezer is jong. Wat
nu volgt, is daarom misschien wel nieuw voor u - pardon, je. We
leven nu in de zogeheten 40-dagentijd, de periode tussen Carnaval
en Pasen. Traditioneel werd er in deze periode gevast door rooms-katholieken,
die dan geen vlees en snoep aten. Tegenwoordig is er geen katholiek
meer die vast, behalve misschien in een afgelegen klooster. Aan
religieuze tradities doen vooral nog orthodoxe moslims - en met
hen zit ook God tegenwoordig in de beklaagdenbank.
Ik heb veel over God nagedacht, maar
zal waarschijnlijk nooit nauwkeurig kunnen duiden wie of wat hij
of zij is. Geloven is moeilijk te rationaliseren. De vraag of God
bestaat lijkt me ook niet de meest wezenlijke. Want wat verstaan
we onder 'bestaan'? Wij scheppen mijns inziens zelf onze wereld.
Bestaat Sinterklaas? Stel dat hij een anonieme kluizenaar was, eenzaam
op een berg met zijn lange witte baard. Niemand kende hem en niemand
vierde zijn feest. Zou die Sinterklaas méér bestaan
dan de onze? Wij scheppen voor onze kinderen een wereld mét
Sinterklaas en maken hem zo reëel.
Ons leven is begrensd. Er is een grens
tussen de rationele dimensie van ons bestaan en alles wat dat overstijgt.
Er is een grens tussen leven en dood. Een grens tussen jou en mij.
Al die grenzen worden ooit door een liefdevolle God opgeheven, hoop
ik. Want waar komt onze fundamentele hunkering naar de ander, naar
helderheid, naar vrede en gerechtigheid vandaan? Is dat misschien
God?
God heeft voor mij te maken met het licht:
hij verdrijft uiteindelijk de duisternis. God staat ook voor vertrouwen:
vertrouwen in de toekomst, vertrouwen dat uiteindelijk alles goed
komt. God is niet zozeer iets buiten ons, hij is aanwezig diep in
ons. Zoals ook de liefde niet boven de velden zweeft, maar wij haar
zelf waarmaken, elke dag opnieuw. En Jezus' centrale boodschap is
de liefde: "Hebt uw vijanden lief" en "Hebt uw naaste
lief als uzelf." (Dat is niet alleen een opdracht om anderen
lief te hebben, maar ook jezelf!)
Net als God is de liefde geen fysieke
realiteit. Je kunt haar niet meten, vastpakken, kwantificeren, bewijzen.
Liefde is gemakkelijk terug te brengen tot hormonen, tot 'voort
wat hoort wat', tot biologisch verklaarbaar altruïsme, tot
samenwerking en contracten. Maar je kunt liefde ook zien als de
kracht die muren en barrières slecht, die alles overwint.
In de liefde moet je geloven; je moet haar willen zien. Ik ging
eens alleen liftend naar Polen en Slowakije. Mijn vriendin wilde
dat ik elke dag zou bellen. Daar verzette ik me tegen; ik voelde
me beklemd, bedreigd en beknot. Maar had ik haar wens niet ook kunnen
interpreteren als zorg, als liefde? Dat had mijn reactie liefdevoller
gemaakt en daarmee weer haar tegenreactie. In de bijbel staat: "En
nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de liefde is de
grootste onder deze." Ik hoop dat je gelooft in de liefde.
Dat je haarwilt zien, want dan is ze overal om je heen
.
|
|
|