|
|
Vreemdelingenvrees in
de dagen na Lusanne
Ik ben een jaar of vier, vijf en loop
met een paar kinderen uit de buurt
onze Kloosterlaan uit. We komen twee nonnen in habijt tegen, die
ons
waarschuwen voor enge, vreemde mannen. Een eindje verder kijken
we een herfstig laantje in. Daar lopen in de verte twee vage figuren,
waarschijnlijk mannen. Hárd rennen we naar huis, ondertussen
gillend:
'vreemde venten!', 'vreemde venten!'.
Natuurlijk, ook mij, vader van twee jonge
zoons, greep het nieuws over de verdwijning van Lusanne van der
Gun aan. Dat je van het ene op het andere moment niet meer weet
waar je dochter is, óf zij nog wel in leven is en wat voor
verschrikkelijke dingen haar zijn of worden aangedaan - dat is horror.
Het zal voelen alsof zij in een zwart gat verdwenen is. Maar dit
voorval kon dagenlang de nieuwsuitzendingen beheersen, ómdat
het zo uitzonderlijk is. Het komt immers bijna nooit voor dat een
kind twee dagen zoek is, doordat het met een vreemde man is meegereden.
Dat een kind aan kanker overlijdt, is
minstens zo dramatisch, maar zal nooit het televisienieuws halen,
want
daarvoor is het simpelweg te 'gewoon'.
Desondanks zie ik moeders hun kinderen
- vooral peuters en kleuters -
voortdurend op het hart drukken: "niet met vreemde mannen meegaan!".
Als een kind tien minuten lang niet gezien wordt in een speeltuin,
breekt er al paniek uit. Ouders Online is bedolven onder de verzoeken
om tips te geven, waardoor een dergelijk drama voorkomen zou kunnen
worden. Het gevaar ligt op de loer dat we onze kinderen inpeperen
vér weg te blijven van alle (in onze ogen) hachelijke plekken
en bij alle wat vreemd ogende types.
Ik zou graag zien dat kinderen de wereld
in trekken met een open,
ontvankelijke geest. Zonder overdreven angsten, vooroordelen of
remmingen. Als ik alle gebruikelijke voorzichtigheid jegens een
beetje vreemde snuiters in mijn leven ernstig genomen zou hebben,
zou ik mezelf boeiende ontmoetingen hebben onthouden
met verwarde kunstenaars, psychiatrisch patiënten, zwervers
en andere randfiguren. Ontmoetingen die je wereld verbreden en je
blik verruimen. Moeten wij kinderen nu angst gaan aanpraten voor
alles wat vreemd is, ongewoon of onbekend? Willen we hun
blik vernauwen, hun adem benemen en er voor zorgen dat ze zich zo
lang mogelijk tussen moeders rokken verschuilen?
Als we vinden dat onze wereld een plek
is, waar volwassenen zonder gevaar door Algerijnse woestijnen moeten
kunnen scheuren, mag een kind dan een blokje om fietsen door zijn
eigen wijk? We mogen ze best eens wijzen op mogelijke gevaren, maar
moeten we het idee dat onbekende mannen vaak niet te vertrouwen
zijn er in heien?
(Onze wereld is overigens tjokvol vreemde
mannen. Ik moet mezelf al een griezel gaan vinden, omdat ik voor
miljoenen onbekend en ook nog eens een man ben!)
En in feite weten nog bedroevend weinig
over dit incident. Waarom ging
Lusanne mee met die vreemde man? Hoe zag hij er precies uit?
In wat voor auto reed hij? Wat deed en wilde de ontvoerder? Maar
onze angst interesseert zich ook niet voor kale feiten: die heeft
al een oordeel geveld.
Een paar andere feiten dan maar. Geweld
in de privé-sfeer is het meest
voorkomende geweldstype in Nederland. Uit de hand gelopen ruzies
tussen bekenden kosten jaarlijks 30-40 levens, vier keer zoveel
als ruzies tussen onbekenden. Eén op de vijf kinderen tussen
de 5 en 10 jaar wordt slachtoffer van lichamelijke mishandeling
door vader, moeder, broers, zussen of andere familieleden en bekenden.
In totaal gaat het om 50.000 kinderen per jaar, waarvan 50 tot 80
kinderen het niet overleven. Bij 80-95% van de seksueel
misbruikte kinderen is de dader een bekende, bij 76 % van de misbruikte
meisjes zelfs een familielid. Onze kinderen kunnen dus maar beter
met
vreemden meegaan.
|
|
|