|
Stop het doodknuffelen
van de zeehond!
Goedemorgen beste treinreiziger, leuk
dat u dit leest, ik zou u er wel om
willen knuffelen! Erg kritisch op geslacht of uiterlijk ben ik niet,
een
warme aanraking is nooit weg in deze kille wereld. Nederlanders,
koele
kikkers, knuffelen elkaar veel te weinig: wij botvieren onze onbevredigde
knuffellusten op pluchebeesten, opblaaspoppen, 2,3 miljoen katten,
1,5 miljoen honden en talloze andere surrogaten. Op kinderboerderijen
en in dierentuinen worden aparte knuffelcorners ingericht en in
Dierenpark Amersfoort is het zelfs mogelijk koi-karpers te knuffelen!
Pas sinds kort is bekend waarom knuffelen
zo aangenaam is. De menselijke huid blijkt namelijk een speciaal
netwerk van gevoelszenuwen te hebben die prikkels afgeeft bij zachte
aanraking, het zogeheten C-Tactiele systeem. Het heeft langzaam
werkende zenuwbanen (met een snelheid van 4 in plaats van 220
kilometer per uur!) die waarschijnlijk het vrijkomen van het hormoon
oxytocine stimuleren, dat voor een aangenaam gevoel zorgt.
De oxytocine speelt kennelijk ook de
Tweede Kamerleden parten: door vorige week voor ongelimiteerde opvang
van zieke en zwakke zeehonden te stemmen knuffelen ze onze zeehonden
dood. Alle belangrijke wetenschappelijke instituten zijn het er
over eens dat de opvang van zeehonden beperkt moet worden. De zeehondenpopulatie
is immers sterk genoeg om zichzelf te redden,
ingebrachte dieren van andere populaties kunnen nieuwe virussen
verspreiden en het gevaar bestaat dat de populatie verzwakt door
de opgelapte dieren. En de Waddenzee zou juist zo natuurlijk mogelijk
moeten functioneren - dus met een minimum aan menselijk ingrijpen.
Ondanks de stevig onderbouwde argumenten
tegen grootschalige
zeehonden-opvang zwichtte de Tweede Kamer voor natuurknuffel-moeder
Lenie 't Hart - zou zij in haar jeugd wat te kort gekomen zijn?
Het argument van de Kamerleden: "de Waddenzee is geen nagenoeg
natuurlijk gebied". Daar heeft het de politiek het dan zélf
naar gemaakt! Want inderdaad, alleen al door de kokkelvisserij -
de kokkel is een geribbeld schelpdier dat vooral in de Spaanse paella
belandt - is de Waddenzee niet als een nagenoeg natuurlijk gebied
te karakteriseren.
Op een internationaal symposium in Esbjerg
toonden wetenschappers van zeer uiteenlopende pluimage aan dat het
telkens omwoelen
van wadbodems door enorme zuigslurven leidt tot drastische afname
van jonge kokkels. Dat effect ijlt na tot tien jaar na de laatste
vangst. Ook oesters, wulken, alikruiken, schelpkokerwormen en zeegras
verdwijnen. Zo'n 75% van het oppervlakte van het Nederlandse Waddengebied
mogen de kokkelvissers leeghalen, zelfs gebieden die als natuurreservaat
zijn aangewezen. Kanoetstrandlopers en scholeksters nemen dramatisch
in aantal af vanaf midden jaren '90. In de winter van 1999 op 2000
verhongerden 21.000 eidereenden door een gebrek aan kokkels. Een
lekkende olietanker wekt grote
publieke verontwaardiging, maar valt als ramp in het niet bij de
kokkelvisserij. Onder water mag kennelijk alles stuk: wat niet ziet,
wat
niet deert.
Nederland zou zich toch tot het uiterste
moeten inspannen om in ons verreweg belangrijkste natuurgebied de
natuur en de natuurlijke dynamiek zoveel mogelijk de ruimte te geven!
Als we ergens een mondiale verantwoordelijkheid voor dragen, is
het wel voor deze cruciale schakel in de trekbaan van miljoenen
waadvogels die vanuit Groenland, Scandinavië en Siberië
naar West-Afrika trekken. We staan internationaal met onze miljoenen
natuurbeschermingseuro's, onze duizenden natuurbeheerders, onze
talloze rapporten en onze ontelbare goede intenties voor de natuur
waar-ook-ter-wereld toch volkomen voor schut als we het in onze
eigen Wadden verknoeien? Alle Nederlandse ver-van-mijn-bed betrokkenheid
bij tropische regenwouden, olifanten en tijgers wordt dan volslagen
hypocriet.
Hypocriet is ook het boven water platknuffelen
van de zeehond en
tegelijkertijd onder water zijn belangrijkste thuis ruïneren.
Stop zinloos knuffelen van natuur,
dat valt onder ongewenste intimiteiten:
het is immers niet gericht op het belang van de geknuffelde, maar
op onze eigen behoeftebevrediging. Laten we de zeehond én
de Waddenzee de ruimte geven om zoveel mogelijk zichzelf te zijn
en laten we in plaats daarvan wat vaker een medemens in onze armen
sluiten - vooral Lenie 't Hart.

|