|
|
"Cool wel zeg, dat kerstverhaal"
Het is stil in de stal. Twee ezels staan wat achteraf te doezelen.
Op de strobalen zitten pakweg twintig kinderen ademloos te luisteren
naar een engel. De beyblade- en pokémon-generatie maakt kennis
met het kerstverhaal. Kinderboerderij de Goffert heeft een prachtige
kerstbijeenkomst georganiseerd. "Cool verhaal wel, zeg!",
fluistert een jongetje achter mij. "Maar, geloof je dat nou?",
zegt z'n buurman. "Nou
eh
neuh", zegt de eerste,
kennelijk toch niet helemaal zeker van zijn zaak.
Een derde van de Nederlanders weet niet meer waar kerst over gaat,
kopte mijn regionale krant. Onvoorstelbaar. De Kerstnachtdienst
was toch altijd stampvol? Herinneringen komen boven aan wandelen
onder een sterrenhemel naar de kerk, waarin kaarsen en koren. Ik
zit boven, bij het orgel, met andere gereformeerde jongeren. We
kijken neer op het klootjesvolk dat alleen met kerst ter kerke gaat
en slechts schuchter de overbekende gezangen mee durft te zingen.
Inmiddels behoor ik zelf ook tot die categorie. Maar het bloed kruipt
kennelijk waar het niet gaan kan, want ik word nog geregeld uitgemaakt
voor dominee. En deze column illustreert mijn getuigende afwijking
weer eens. (Een columnist kan zich eigenlijk geen domineestoon veroorloven,
maar ik vertrouw er op dat ik één keer per jaar mag
zondigen.)
"Bestaat God? Heeft geloven zin?". Dat zijn vragen van
hetzelfde kaliber
als: "Bestaat de liefde?". Liefde heeft weinig van doen
met verliefdheid: dat is juist een heel
egoïstisch, hormonaal proces, waarbij verliefden vooral opgaan
in hun eigen
gevoelens. Liefde is een werkwoord en bestaat uit daden. Een huwelijk
laten bloeien is hard werken, dat is niet afwachten of het gevoel
'liefde'
nog wel vaak genoeg spontaan naar boven borrelt. Maar die liefde
is niet aantoonbaar, bewijsbaar in die liefdevolle daden, zij is
alleen aanwezig in de interpretatie van die
acties. (Wat dat betreft is 'liefde' bijna net zo ongrijpbaar als
'geloof'.)
Als een jongen twee kinderen uit een brandend huis redt, is dat
dan uit domheid, zucht naar roem of liefde? Als een vriend een opmerking
over uw rookgedrag maakt, is dat dan uit ziekelijke bemoeizucht
of uit liefde, omdat hij wil dat het goed met u gaat? Probeer u
eens voor te stellen dat allerlei gedrag van mensen in uw omgeving
ingegeven is door liefde. Het gaat er niet om óf het zo is,
want u kunt toch niet in andermans hersenpan kijken. Maar de interpretatie
doet al wonderen voor uw eigen gedrag. Stel: uw baas stuurt u op
een cursus over een onderwerp waarvan u vindt dat u daar al goed
in thuis bent. U voelt zich beledigd. U kunt in plaats daarvan ook
denken: "Hij doet dat uit liefde voor mij, omdat hij beseft
dat ik dat onderwerp zo boeiend vind." Welke interpretatie
zal er eerder voor zorgen dat u zich liefdevol
opstelt richting uw chef? En welke interpretatie zal er eerder voor
zorgen
dat hij daar dan weer liefdevol op reageert?
Het schijnt een intellectuele indruk te maken als je cynisch reageert
zodra dit soort overwegingen uitgerekend met kerst op tafel komen.
"Waarom alleen met kerst lief zijn voor elkaar, dat moet het
hele jaar!", zo luidt het tot op de draad versleten cliché.
De kritische Nederlander vindt de kerstgedachte sentimentele, door
de commercie ingegeven kitsch. Toch lijkt het me goed ten minste
één keer per jaar stil staan bij geloof, hoop en liefde.
Niemand weet wat de waarheid is, maar ik weet wél welke interpretaties
aan een liefdevollere wereld kunnen bijdragen. Het geloof gaat ook
over de liefde, de liefde van God voor deze prachtige planeet en
zijn boeiende bewoners. De kern van Jezus' boodschap is: "hebt
u naaste lief als uzelf". Ik wens u een kitscherige en sentimentele
kerst toe! (met veel liefdevol bereidde spekjes over de stamppot)
|
|
|