|
|
Groenkwaliteit en nostalgie
Nieuwegeiners zijn ontevreden over hun groenkwaliteit, zo valt
elders in dit nummer te lezen. Groenkwaliteit? Als ik een tijdje
op het woord kauw denk ik aan 'wat groen bijdraagt aan de kwaliteit
van je leven'. Dan ervoer ik vooral als kind veel groenkwaliteit.
(Ik kende het woord natuurlijk niet - sterker nog, het woord zélf
wachtte nog decennia eer het ter wereld kwam.) Van het huis aan
de Kloosterlaan in het Twentse Goor heugt mij amper iets. Maar van
de tuin dwarrelen nog vele flarden door mijn hoofd. Hoe ik naast
mijn moeder met mijn ogen sta te knipperen tegen het schelle zonlicht
op een vroege maandagmorgen, wachtend op de melkboer die aan komt
lopen met een mandje flessen. Hoe ik met vriendjes verstoppertje
speelde achter de coniferen in de heidetuin. Hoe de maansikkel schemerde
door de sprookjesboom in de voortuin - een atlasceder weet ik nu.
Hoe ik bonen plantte met mijn vader - op mijn rode klompjes - en
de volgende dag alweer opgroef en trots aan mijn moeder liet zien:
"Al klaar!".
Mijn auto was een vierkant gat in de grond: een plastic zeil vormde
zijn dak, een pan zijn stuur. In de strenge decembermaand van '68
torende een sneeuwpop boven uw columnist uit, toen een dreumes van
drieënhalf. Met de slee gleed ik van een glooiing in achtertuin.
Een helling die in de zomer, met aluminium stroken bedekt, dienst
deed als glijbaan, terwijl we de grootste lol hadden met de tuinslang.
Vele jaren later kwam ik nog eens bij ons oude huis. De tuin was
- bijna onafwendbaar - een en al deceptie. Een lapje gazon, vlak
en strak. In mijn geromantiseerde herinnering was onze tuin zó
groot, zó eindeloos vol plekken en hoeken. Uren vol avonturen.
Nu was hij in drie tellen te overzien: 100% groen, 0% kwaliteit

|
|
|