k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
    c o l o f o n
    h o m e
    a d r e s g e g e v e n s

 

   

 

 

Over de grenzen van de column

(uit een uitspraak van de Raad voor de Journalistiek: 2002/27)

In eerdere uitspraken heeft de Raad te kennen gegeven dat aan columnisten een grote vrijheid toekomt om hun persoonlijke mening te geven over gebeurtenissen of personen, waarbij stijlmiddelen als overdrijven, chargeren en bewust eenzijdig belichten geoorloofd zijn, zij zich stellig mogen uitdrukken en desgewenst scheldwoorden mogen bezigen. De column is een journalistiek genre waar meer mag dan in andere journalistieke genres. Dat is op zichzelf waardevol. Maar ook de vrijheid van de columnist kent haar grenzen. Enerzijds worden die bepaald door de wet, zodat bijvoorbeeld het oproepen tot rassendiscriminatie en vreemdelingenhaat ontoelaatbaar is.
Anderzijds worden die bepaald door wat, gegeven de journalistieke
verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven. Kijk bij onder meer: Bolhuis/Medendorp en De Roskam, RvdJ 2001/51; Broenink/Medendorp en De Roskam, RvdJ 1999/36; St. Beter Wonen in Leeuwarden en Leeuwarderadeel/Nijdam, Leeuwarder Courant en De Friese Pers, RvdJ 1996/27; Landelijk Bureau Racisme-bestrijding/Hoogland en De Telegraaf, RvdJ 1996/22; Baalman/Gooi- en Eemlander, van Tijn en Homma, RvdJ 1995/20; Bouwvereniging St. Willibrordus/Ephimenco, RvdJ 1994/5; Jansen/Reijn, RvdJ 1993/2.
Al deze uitspraken zijn terug te vinden op de site van de raad voor de journalistiek

 

   
 

   
 


© v l o e d l i j n - 2 0 0 6