|
|
Eindelijk erkenning
Zodra het donker wordt, scharrelen ze me z'n vieren door onze tuin.
Moeder en drie jongen knisperen door de bladerlaag. Af en toe stoten
ze hoge, piepende kreetjes uit. Het buurmeisje van vier komt met
haar vriendinnetje kijken. Ze wijzen, kirren van opwinding, worden
aangetrokken door de egels, maar lopen weer hard weg als ze te dichtbij
komen. Bijna waren de drie kleintjes al weer moederloos geweest.
Onze buurman - van de andere kant - stoof tegen middernacht bezweet
door het achterpaadje met een knots van een knuppel in zijn knuisten.
Hij meende met een rat van doen te hebben. Maar draaide snel bij
toen hij de angstig opgerolde stekelbol zag.
Dat er een egel in je tuin opduikt is leuk, maar alla, dat kan elke
tuinbezitter overkomen. Ze zwerven immers wat af op hun nachtelijke
tochten. Een overwinterende egel is al mooier. Maar een egel met
jongen, die een nest heeft in je tuin: dat is de mooiste erkenning
voor mijn 'laissez faire' tuinbeheer. Enkele essen en een Noorse
esdoorn kwamen namelijk vanzelf aanwaaien en groeien voorspoedig,
de kers is van een weggegooide pit. We zien wel waar het op uitloopt,
is mijn motto. Helemaal niks doen kan helaas niet; ik snoei wel
wat om een looppad vrij te houden en verwijder soms kwijnende boompjes,
maar ik beperk mijn sturing tot een minimum. Op mijn twaalf vierkante
meter miniatuurbos - in de meest versteende wijk van Nijmegen, ingeklemd
tussen beton-terrassen - is kennelijk voldoende schuilplek in de
dichte beplanting en tussen weelderige klimop. En de bosachtige
bodem met veel bladafval, twijgen en takken is rijk aan regenwormen,
slakken, duizendpoten, pissebedden en ander kruipend grut. Iets
minder beheersingsdrift zou de tuinliefhebber sieren. Geef wat meer
ruimte aan het toeval, dan scharrelen er vanzelf verrassingen je
leven in

|
|
|