k o r  g o u t b e e k
t e k s t
n a t u u r
i n t e r n e t c o n c e p t e n
c o l u m n s
z a k e l i j k e  i n f o
v r a a g  e e n  o f f e r t e  a a n
    c o l o f o n
    h o m e
    a d r e s g e g e v e n s
     

 

 

Eindelijk erkenning

Zodra het donker wordt, scharrelen ze me z'n vieren door onze tuin. Moeder en drie jongen knisperen door de bladerlaag. Af en toe stoten ze hoge, piepende kreetjes uit. Het buurmeisje van vier komt met haar vriendinnetje kijken. Ze wijzen, kirren van opwinding, worden aangetrokken door de egels, maar lopen weer hard weg als ze te dichtbij komen. Bijna waren de drie kleintjes al weer moederloos geweest. Onze buurman - van de andere kant - stoof tegen middernacht bezweet door het achterpaadje met een knots van een knuppel in zijn knuisten. Hij meende met een rat van doen te hebben. Maar draaide snel bij toen hij de angstig opgerolde stekelbol zag.
Dat er een egel in je tuin opduikt is leuk, maar alla, dat kan elke tuinbezitter overkomen. Ze zwerven immers wat af op hun nachtelijke tochten. Een overwinterende egel is al mooier. Maar een egel met jongen, die een nest heeft in je tuin: dat is de mooiste erkenning voor mijn 'laissez faire' tuinbeheer. Enkele essen en een Noorse esdoorn kwamen namelijk vanzelf aanwaaien en groeien voorspoedig, de kers is van een weggegooide pit. We zien wel waar het op uitloopt, is mijn motto. Helemaal niks doen kan helaas niet; ik snoei wel wat om een looppad vrij te houden en verwijder soms kwijnende boompjes, maar ik beperk mijn sturing tot een minimum. Op mijn twaalf vierkante meter miniatuurbos - in de meest versteende wijk van Nijmegen, ingeklemd tussen beton-terrassen - is kennelijk voldoende schuilplek in de dichte beplanting en tussen weelderige klimop. En de bosachtige bodem met veel bladafval, twijgen en takken is rijk aan regenwormen, slakken, duizendpoten, pissebedden en ander kruipend grut. Iets minder beheersingsdrift zou de tuinliefhebber sieren. Geef wat meer ruimte aan het toeval, dan scharrelen er vanzelf verrassingen je leven in…


   
 

   
 


© v l o e d l i j n - 2003