|
|
Wie is er bang voor buiten?
Afgelopen donderdag. Ik ben als chaufferende
pappie mee met het klassenuitje van mijn oudste zoon. Als we bij
recreatieplas de Beerendonck zijn neergestreken, zie ik dat over
de hand van een meisje een lieveheersbeestje schuifelt. Ze krijst:
"Jakkes, weg jij, rode en gele dieren zijn giftig". Een
tweede kind ziet een zweefvlieg voor een 'enge' wesp aan, een derde
bespeurt brandnetels waar ze niet zijn, een vierde rent weg van
een dode gaai in het water, want die zit "vol met besmettelijke
ziekten".
1977. Ik dobber met een rubberbootje
op de Adriatische zee. De hemel is dromerig blauw en het water eindeloos
groen. Toch kruipt van het ene op het andere moment onrust onder
mijn huid. Ik krijg het gevoel dat ik niet alleen ben. Ik speur
over de waterspiegel naar een groot silhouet. De film Jaws staat
nog vers op mijn netvlies. Die nacht slaap ik onrustig en droom
ik over witte haaien met onwaarschijnlijke afmetingen. (Een psycho-analytische
theorie zegt dat de angst voor haaien er bij mannen ingebakken zit,
omdat we bang zijn voor castratie, zoals vrouwen bang zijn voor
slangen, uit angst voor penetratie.)
Angst kleurt onze blik en vergroot de
'vijand' als vanzelf uit. Als mensen een 'eng beest' als een rat
gezien hebben, praten ze al gauw over 'zo'n joekel' waarbij ze hun
handen een halve meter of meer uit elkaar houden om zijn onfatsoenlijke
grootte te illustreren (terwijl een bruine rat maximaal 27 cm lang
wordt). Over het formaat van mijn angst-dier doen al eeuwenlang
de wildste speculaties de ronde. 'Jaws' wordt gespeeld door een
robothaai van negen meter. Lange tijd werd beweerd dat een witte
of mensenhaai wel 12 meter lang kon worden. Maar de grootste gemeten
witte haaien waren 'slechts' 6,5 meter - normaal is zijn lengte
tussen de 3,5 en 5 meter. (In oude scheepsjournaals wordt ook gerept
over zeeslangen van 30 meter lang en over monsterlijke inktvissen
die hele schepen zouden vermorzelen.)
Nederland kent geen witte haaien en zeemonsters,
maar wel andere fenomenen die ons er van kunnen weerhouden de natuur
in te gaan: blauwwieren, steekvliegen, teken, eikenprocessierupsen,
giftige planten en paddestoelen en soms ook humeurige wilde zwijnen
of paarden, om het nog maar niet te hebben over storm en onweer.
Angst is een slechte raadgever, maar
alert zijn is natuurlijk best raadzaam. Bij het zeilen, kajakken,
wandelen of fietsen van grotere tochten is het verstandig om te
letten op de elementen: wind, stroming, wolken, weerberichten -
en ook op welke planten en dieren je tegenkomt. Als je meer leest
en kijkt, leer je meer, weet je meer en zie je meer. Je scherpt
je zintuigen en geniet daardoor optimaal van het buiten-zijn. Bij
onweersbuien kun je je natuurlijk terugtrekken achter gesloten gordijnen.
Maar je kunt onbevangen de inktzwarte wolkenformaties aanschouwen;
het spookachtige licht dat meeuwen wit doet opblinken; de snel groeiende
wolkenrijen die dreigend naar beneden rollen. Als weer en wind goed
te keer gaan, tintelen je aderen, gaan al je poriën open en
heb je het gevoel dat je echt lééft!
Er is wel een kentering te bespeuren
in het wantrouwen tegenover de natuur. De blinde angst en haat tegenover
bijvoorbeeld haaien - die tot voor kort per definitie werden gedood
- is geleidelijk aan veranderd in fascinatie voor deze prachtige
rovers. In Californië, Mexico, Australië en Zuid-Afrika
kunt u nu zelfs op excursie naar de grote witte haai. De populariteit
van deze trips bij de Kaap is zelfs zo groot dat de overheid de
frequentie aan banden legt. Elk jaar worden er wereldwijd zo'n 15
mensen gedood door mensenhaaien. Vergeleken met de 1,25 miljoen
mensen die wereldwijd in het verkeer gedood worden, valt dat nogal
mee. (Overigens, ook in vergelijking met de 20.000 dodelijke slachtoffers
door giftige cobrabeten, alleen al in India. Vrouwenangsten zijn
kennelijk reëler dan die van mannen.)

|
|
|